ECLI:NL:RBROT:2023:3389

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2023
Publicatiedatum
21 april 2023
Zaaknummer
9364921
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen juridische dienstverlening na intrekking opdracht

Gedaagde heeft na een scooterongeluk Elfi Letselschade Advocaat ingeschakeld als belangenbehartiger. Op basis van een overeenkomst van opdracht heeft Elfi werkzaamheden verricht en facturen rechtstreeks aan de verzekeraar NEB B.V. gestuurd. Slechts één factuur werd betaald, de overige bleven onbetaald. Nadat gedaagde de opdracht introk en overstapte naar een andere belangenbehartiger, vordert Elfi betaling van de openstaande facturen.

De rechtbank stelt vast dat gedaagde op grond van de ondertekende machtiging gehouden is de kosten ineens te voldoen bij intrekking van de opdracht. De hoogte van de facturen is grotendeels voldoende onderbouwd, behalve één factuur waarvoor geen specificatie is overgelegd. De rechtbank wijst daarom een bedrag van € 2.185,77 toe.

Wettelijke handelsrente wordt afgewezen omdat het geen handelsovereenkomst betreft. Wel wordt wettelijke rente toegekend vanaf het moment van intrekking van de opdracht of het verstrijken van de betalingstermijn. Gedaagde wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.185,77 met wettelijke rente en proceskosten aan Elfi Letselschade Advocaat.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9364921 \ CV EXPL 21-25626
datum uitspraak: 31 maart 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Elfi Letselschade Advocaat B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.C.H. van Loosbroek,
tegen
[gedaagde01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Elfi’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 15 juli 2021, met bijlagen;
  • de schriftelijke reactie van [gedaagde01] ;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 16 mei 2022;
  • de ‘conclusie na enquête’ van Elfi.
1.2.
In het proces-verbaal van 16 mei 2022 is onder meer opgenomen dat de gemachtigde van Elfi in opdracht van [gedaagde01] een aantal facturen van Elfi alsnog kosteloos zou indienen bij NEB B.V., en dat de procedure in afwachting van de reactie van NEB B.V. zou worden aangehouden. Op 24 februari 2023 is de zaak vervolgens tijdens een tweede mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig: mr. E.C.H. van Loosbroek als gemachtigde van Elfi en [gedaagde01] in persoon. Van hetgeen is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Op 24 juli 2019 heeft [gedaagde01] een scooterongeluk gehad waarbij hij letsel heeft opgelopen. [gedaagde01] heeft vervolgens Elfi ingeschakeld als belangenbehartiger. Op een door [gedaagde01] ondertekende machtiging is onder meer het volgende vermeld:
“3. Opdrachtgever machtigt Elfi Letselschade Advocaat de door wederpartij onbetaald gelaten en op naam van de opdrachtgever gestelde buitengerechtelijke kosten op de aansprakelijke partij te verhalen, zo nodig in rechte. Indien opdrachtgever tussentijds de opdracht intrekt is hij/zij alle door Elfi Letselschade Advocaat gemaakte buitengerechtelijke kosten waaronder honorarium, eigen bijdrage en overige ten behoeve van de schadevaststelling gemaakte kosten ineens verschuldigd aan Elfi Letselschade Advocaat.”
2.2.
De WAM-verzekeraar van de veroorzaker van het ongeluk, Unigarant, heeft de behandeling van het letselschadedossier uitbesteed aan NEB B.V. De aansprakelijkheid voor het ongeval en de gevolgen daarvan zijn erkend.
2.3.
Elfi heeft diverse werkzaamheden verricht in opdracht van [gedaagde01] . De onderstaande vijf door Elfi ter zake opgestelde facturen zijn direct verzonden naar NEB B.V.
Factuurdatum
Bedrag
4 november 2019
€ 1.162,68
16 januari 2020
€ 418,15
5 maart 2020
€ 1.264,84
3 juni 2020
€ 968,68
1 juli 2020
€ 502,78
2.4.
Slechts de factuur van 4 november 2019 is door NEB B.V. betaald, de overige facturen ten bedrage van – in totaal – € 3.154,45 zijn onbetaald gebleven.
2.5.
Op 22 juni 2020 is [gedaagde01] overgestapt naar een andere belangenbehartiger.

3.Het geschil

3.1.
Elfi eist samengevat:
  • [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 3.154,45, te vermeerderen met wettelijke rente;
  • [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Elfi baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] is op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht verantwoordelijk voor de voldoening van de facturen, onverminderd de verplichting van verzekeraars om deze kosten te voldoen. Wanneer [gedaagde01] de opdracht eenzijdig intrekt voordat het dossier door Elfi is afgewikkeld, dient hij alle openstaande kosten per direct te voldoen.
3.3.
[gedaagde01] erkent dat hij contractueel is gehouden om aan Elfi te betalen, maar hij betwist de hoogte van het bedrag. Hij voert aan dat hij teleurgesteld is in Elfi omdat Elfi weinig voor hem heeft betekend. Zo heeft er nooit een huisbezoek plaatsgevonden en werd er amper gecommuniceerd.

4.De beoordeling

Openstaande facturen

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat zij een overeenkomst van opdracht hebben gesloten op basis waarvan Elfi in opdracht van [gedaagde01] als belangenbehartiger hem zou bijstaan inzake zijn schade als gevolg van zijn scooterongeluk. Het uitgangspunt hierbij was dat de kosten voor de werkzaamheden van Elfi zouden worden verhaald op (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij. Elfi heeft tijdens de mondelinge behandeling op 24 februari 2023 verklaard dat zij conform het proces-verbaal van 16 mei 2022 de openstaande facturen wel heeft ingediend bij NEB B.V., maar dat dit niet tot de gewenste betalingen heeft geleid. Volgens Elfi dient [gedaagde01] de facturen zelf bij NEB B.V. in te dienen.
4.2.
In de ondertekende machtiging staat vermeld dat [gedaagde01] de kosten voor de werkzaamheden van Elfi ineens verschuldigd is aan Elfi wanneer hij de opdracht tussentijds intrekt. Deze situatie heeft zich voorgedaan, nu [gedaagde01] uit eigen beweging is overgestapt naar een andere belangenbehartiger. [gedaagde01] is dan ook in beginsel gehouden om de door Elfi verrichte werkzaamheden – en daarmee de factuurbedragen – te betalen.
4.3.
[gedaagde01] heeft de hoogte van de openstaande factuurbedragen betwist. Met uitzondering van de factuur van 3 juni 2020 heeft Elfi aan de hand van urenspecificaties en een uiteenzetting van de verrichte werkzaamheden de factuurbedragen echter voldoende onderbouwd; de betwisting van [gedaagde01] is in dit licht onvoldoende gemotiveerd. Zodoende zal aan hoofdsom een bedrag van € 418,15 + € 1.264,84 + € 502,78 = € 2.185,77 worden toegewezen. Het factuurbedrag behorende bij de factuur van 3 juni 2020 (€ 968,68) zal worden afgewezen, nu Elfi deze factuur met bijbehorende specificatie niet heeft overgelegd. De kantonrechter neemt daarbij mede in overweging dat het voor [gedaagde01] van belang is om over de facturen te beschikken om deze – alsnog – te kunnen indienen bij NEB B.V.
Wettelijke rente
4.4.
Elfi maakt aanspraak op wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW (punt 11 van de dagvaarding). De overeenkomst van opdracht tussen partijen is echter niet aan te merken als een handelsovereenkomst zoals bedoeld in voornoemd artikel, aangezien [gedaagde01] niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Zijn letselschade betreft immers zijn persoonlijke schade; niet is gebleken dat bedrijfsmatige activiteiten hierbij een rol spelen. De wettelijke handelsrente zal dan ook worden afgewezen.
4.5.
Over de toe te wijzen bedragen uit hoofde van de facturen van 16 januari 2020 en 5 maart 2020 wordt de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro toegewezen vanaf 22 juni 2020, het moment waarop [gedaagde01] de opdracht introk en ineens de kosten verschuldigd werd aan Elfi. Wettelijke rente wordt op grond van artikel 6:119 BW Pro gerekend over de tijd dat een schuldenaar met de voldoening van een geldsom in verzuim is geweest. Uit de e-mails van Elfi blijkt dat zij het verzoek tot betaling van haar facturen telkens richtte aan een medewerker van NEB B.V., en niet rechtstreeks aan [gedaagde01] . Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagde01] onder die omstandigheden (pas) in verzuim ten aanzien van die openstaande facturen op de voet van artikel 6:83 aanhef Pro en onder b BW op het moment dat hij zijn opdracht introk, en niet na het verstrijken van de aan de facturen gekoppelde betaaltermijnen. Over het toe te wijzen bedrag uit hoofde van de factuur van 1 juli 2020 wordt de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro toegewezen vanaf het verstrijken van de betalingstermijn van 15 dagen, te weten vanaf 16 juli 2020.
Proceskosten
4.6.
[gedaagde01] krijgt voor het grootste deel ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt de proceskosten aan de kant van Elfi tot vandaag vast op € 102,15 aan dagvaardingskosten, € 507,00 aan griffierecht en
€ 597,00 aan salaris voor de gemachtigde (drie punten x € 199,00). Dit is totaal € 1.206,15. Voor kosten die Elfi maakt na deze uitspraak moet [gedaagde01] een bedrag betalen van € 99,50 (1/2 punt x € 199,00). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente wordt toegewezen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan Elfi te betalen € 2.185,77 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 1.682,99 vanaf 22 juni 2020 tot de dag van volledige betaling en over € 502,78 vanaf 16 juli 2020;
5.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten die aan de kant van Elfi tot vandaag worden vastgesteld op € 1.206,15 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout en in het openbaar uitgesproken.
48637