Stedin Netbeheer B.V. heeft een vordering ingesteld tegen twee mede-eigenaren van een pand waar een hennepkwekerij werd ontdekt die illegaal van elektriciteit werd voorzien. De schade werd berekend op € 13.364,79 inclusief kosten voor vaststelling van de schade.
De eerste gedaagde erkende de vordering, waardoor de eis tegen hem toewijsbaar was. De tweede gedaagde betwistte zijn aansprakelijkheid, stellende dat hij slechts economisch mede-eigenaar was zonder betrokkenheid bij het pand of de hennepkwekerij.
De rechtbank oordeelde dat Stedin onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had gesteld om de tweede gedaagde aansprakelijk te houden. Er was geen bewijs van nalatigheid of exploitatie door hem. Daarom werd alleen de eerste gedaagde veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en wettelijke rente, alsmede proceskosten. De vordering tegen de tweede gedaagde werd afgewezen.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, met uitzondering van de proceskostenveroordeling ten laste van Stedin jegens de tweede gedaagde. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende concrete stellingen voor mede-eigenaren om aansprakelijkheid te kunnen vaststellen.