Stichting Woonstad Rotterdam vordert in kort geding de ontruiming van een sociale huurwoning en betaling van een aanzienlijke huurachterstand van de huurder die niet is verschenen tijdens de mondelinge behandeling. Woonstad stelt dat de huurder niet zijn hoofdverblijf in de woning heeft, de woning onderverhuurt of aan derden in gebruik geeft, een huurachterstand heeft van € 2.476,03 en de tuin niet onderhoudt. Deze tekortkomingen zijn onderbouwd met rapportages en brieven.
De kantonrechter verleent verstek tegen de huurder vanwege diens afwezigheid en neemt de stellingen van Woonstad als juist aan. Gezien de ernst van de tekortkomingen acht de rechter de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure aannemelijk en beveelt daarom de ontruiming binnen acht dagen na betekening van het vonnis.
Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur tot aan de ontruiming, een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 462,50, onderzoekskosten van € 508,20 en de wettelijke rente over deze bedragen. Ook worden de proceskosten van Woonstad vastgesteld op € 1.161,99 en aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.