ECLI:NL:RBROT:2023:3529

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 april 2023
Publicatiedatum
25 april 2023
Zaaknummer
C/10/639925 / HA ZA 22-478
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 CMRArt. 17 lid 1 CMRArt. 17 lid 2 CMRArt. 29 CMRArt. 31 lid 1 sub b CMR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijwaring vordering tegen vervoerder toegewezen, verzekeraar vordering afgewezen wegens geen dekking

Generali, aansprakelijkheidsverzekeraar van de opdrachtgever [naam01], vordert vrijwaring van de vervoerder [gedaagde01] en diens verzekeraar Colonnade voor schadeclaims van VBT Transport B.V. wegens verlies van een zending solar modules tijdens transport van Rotterdam naar Duitsland.

De rechtbank stelt vast dat [gedaagde01] de goederen niet heeft afgeleverd en aansprakelijk is op grond van artikel 17 lid 1 CMR Pro. Omdat [gedaagde01] geen verweer voerde en geen ontheffingsgrond kon aantonen, wordt hij veroordeeld tot vrijwaring van Generali.

De vordering tegen Colonnade wordt afgewezen omdat de polisvoorwaarden niet zijn nageleefd: de subcontractor was geen Poolse vennootschap en er is sprake van opzettelijk handelen, waardoor geen dekking bestaat. Generali heeft geen directe actie tegen Colonnade. Proceskosten worden verdeeld conform de uitspraken.

Uitkomst: Vordering tegen vervoerder toegewezen, vordering tegen verzekeraar afgewezen wegens geen dekking onder polis.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/639925 / HA ZA 22-478
Vonnis van 19 april 2023
in de zaak van
de rechtspersoon naar vreemd recht
GENERALI TOWARZYSTWO UBEZPIECZEN SPOLKA AKCYJNA,
gevestigd te Warschau (Polen),
eiseres,
advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam,
tegen

1..[gedaagde01] ,

wonende te Polen,
gedaagde,
niet verschenen,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
COLONNADE INSURANCE SOCIETY ANONYME ODDZIAL,
gevestigd te Warschau (Polen),
gedaagde,
advocaat mr. W.M. van Rossenberg te Rotterdam.
Partijen worden hierna Generali , [gedaagde01] en Colonnade genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijk uit:
  • het tussenvonnis van 6 april 2022 in C/10/627877 / HA ZA 21-948 (hierna: de hoofdzaak), waarin Generali wordt toegestaan om [gedaagde01] en Colonnade in vrijwaring te dagvaarden;
  • het herstelvonnis van 4 mei 2022;
  • de dagvaarding in vrijwaring van 19 mei 2022;
  • het op 22 juni 2022 tegen [gedaagde01] verleende verstek;
- de brief van de rechtbank van 3 augustus 2022 waarin partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling;
  • de conclusie van antwoord van Colonnade, met producties 1 tot en met 4;
  • de akte houdende overlegging van Generali producties 1 tot en met 6;
  • de mondelinge behandeling op 12 december 2022 (gevoegd met de hoofdzaak C/10/627877 HA ZA 21-948 en samenhangende zaak C/10/632790 HA ZA 22-89) en de ter gelegenheid daarvan overgelegde spreekaantekeningen van mr. Knijp namens Generali en die van mr. Van Rossenberg namens Colonnade.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2..De feiten

2.1.
[naam01] (hierna: [naam01] ) heeft omstreeks 17 mei 2020 van Suntech/VBT Transport B.V. (hierna: VBT) de opdracht ontvangen om een zending van “780 PCS Solar Modules, 26 PLT (outer) 19344,0 KF” over de weg van Rotterdam naar Wittstock (Duitsland) te vervoeren (hierna: het transport). [naam01] heeft de opdracht aan [gedaagde01] gegeven, die op zijn beurt de opdracht aan Cargo Sped GmbH heeft gegeven.
2.2.
Blijkens de ondertekende CMR-vrachtbrief zijn de goederen op 18 mei 2020 in het Europoortgebied in ontvangst genomen door de vervoerder. Op 22 mei 2020 is geconstateerd dat de goederen niet bij de geadresseerde zijn afgeleverd.
2.3.
Generali is de aansprakelijkheidsverzekeraar van [naam01] .
2.4.
Colonnade is de aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde01] . In de polis is, voor zover van belang, de volgende bepaling opgenomen:

Carrier's liability insurance subcontractors clause
Colonnade Insurance S.A. Branch in Poland (hereinafter referred to as Colonnade) covers with insurance protection losses occurring as a result of the Insured's liability for the direct carrier-subcontractor and further carriers (successive ones) during the performance of the concluded contract of carriage under the provisions of law.
Therefore, the Insured, using subcontractors in performing the contract of carriage, is obliged to select such transport companies which:
- conduct business activities in the territory of the Republic of Poland on the basis of an entry in the Register of Business Activity or an entry in the Register of Entrepreneurs (KRS),
- have experience in this type of business,
- have the licenses, concessions and /or permits required by law to conduct this type of activity,
- have their own road carrier civil liability insurance with full coverage (meaning no exclusions of the insurer's liability for damages consisting in theft or robbery and no exclusions of protection for the selected type of property accepted for transport and/or forwarding) and the amount insured corresponding to the value of the property accepted for transport and/or forwarding,
[…]”
2.5.
In de polis wordt verwezen naar de algemene voorwaarden. Hierin staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:
“ARTICLE 4
Exclusions and limitations of liability
1. Colonnade shall not be liable for losses caused by:
1) wilful misconduct or gross negligence of the Insured or persons for whom the Insured bears responsibility;
[…]
ARTICLE 11
Procedure in the event of occurrence of loss
[…]”
2.6.
VBT en haar verzekeraars hebben [naam01] en Generali op 17 mei 2021 gedagvaard voor het verlies van de goederen (kenmerk C/10/627877 21-948).

3..Het geschil

3.1.
Generali vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te verklaren voor recht dat gedaagden, althans [gedaagde01] , althans Colonnade, gehouden zijn om Generali in vrijwaring te vrijwaren voor de vorderingen die in de hoofdzaak door VBT en haar verzekeraars tegen haar zijn ingesteld,
gedaagden hoofdelijk, althans dat de één betaald hebbende de ander tot het betaalde zal zijn bevrijd, althans [gedaagde01] , althans Colonnade, te veroordelen om aan Generali in vrijwaring te betalen al hetgeen waartoe Generali in vrijwaring in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld,
te vermeerderen met de (na)kosten van het geding van Generali in vrijwaring in zowel de hoofdzaak als in de onderhavige vrijwaringsprocedure.
3.2.
Generali legt aan haar vorderingen ten grondslag dat indien in de hoofdzaak komt vast te staan dat Generali en [naam01] jegens VBT Transport B.V. (hierna: VBT), die de transport opdracht aan [naam01] heeft verstrekt, aansprakelijk zijn voor de schade, deze schade ten laste komt van Generali . [gedaagde01] is in dat geval aansprakelijk jegens [naam01] , uit hoofde van artikel 3 jo Pro 29 CMR, aangezien hij kennelijk geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan naar de identiteit van Cargo sped. Krachtens Pools recht subrogeert Generali na uitkering in de rechten van [naam01] jegens [gedaagde01] en heeft Generali als de partij die de schade heeft geleden hiervoor ook een directe actie jegens Colonnade.
3.3.
[gedaagde01] heeft geen verweer gevoerd.
3.4.
Colonnade concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Generali , althans haar in haar vorderingen te ontzeggen, met veroordeling van Generali in de kosten van het geding.

4..De beoordeling

4.1.
De zaak heeft internationale aspecten, nu partijen gevestigd zijn in Polen en het hier grensoverschrijdend wegvervoer van Nederland naar Duitsland betreft. De rechtbank dient daarom eerst haar bevoegdheid en het toepasselijk recht te bepalen.
Bevoegdheid
4.2.
Nu de vordering van Generali betrekking heeft op een geschil aangaande grensoverschrijdend wegvervoer van Rotterdam, Nederland naar Wittstock, Duitsland, en beide landen partij zijn bij het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR), Genève, 19 mei 1956, is de CMR op grond van artikel 1 juncto Pro 41 CMR dwingendrechtelijk van toepassing. De vraag of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van de vordering van Generali kennis te nemen dient daarom aan de hand van de CMR te worden beantwoord.
4.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat deze rechtbank krachtens artikel 31 lid 1 sub b CMR Pro jo artikel 630 Rv Pro bevoegd is om van het geschil tussen Generali en gedaagden kennis te nemen – nu de lading in Rotterdam in ontvangst is genomen.
Toepasselijk recht
4.4.
Zoals hiervoor is overwogen, is de CMR op grond van artikel 1 juncto Pro 41 CMR dwingendrechtelijk van toepassing. Aanvullend, voor zover de CMR niet alle relevante onderwerpen regelt, dient het toepasselijk recht te worden bepaald aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I-Vo). Generali grondt haar vorderingen op een tussen [naam01] en [gedaagde01] gesloten vervoerovereenkomst, zodat ingevolge artikel 5 lid 1 Rome Pro I-Vo Pools recht van toepassing is op de vervoerovereenkomst, nu de vervoerder zijn gewone verblijfplaats heeft in Polen en de verzender daar eveneens zijn gewone verblijfplaats heeft.
4.5.
De vraag of Generali een directe actie heeft op de verzekeraar van [gedaagde01] en de vraag of de polis dekking biedt voor het voorval, moeten ingevolge artikel 7 lid 2 Rome Pro I-Vo worden beantwoord aan de hand van het recht dat op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, zijnde Pools recht.
4.6.
Ten aanzien van de tegen [gedaagde01] ingestelde vorderingen overweegt de rechtbank het volgende.
4.7.
Generali legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde01] als wegvervoerder op grond van artikel 17 lid 1 CMR Pro aansprakelijk is voor de tijdens het vervoer ontstane schade en gehouden is tot vergoeding van de door haar te betalen schade. Krachtens Pools recht subrogeert Generali na uitkering in de rechten van [naam01] jegens [gedaagde01] .
4.8.
Ingevolge de hoofdregel van artikel 17 lid 1 CMR Pro is de vervoerder aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering.
Vaststaat dat de door [gedaagde01] ten vervoer ontvangen goederen niet ter bestemming zijn afgeleverd. [gedaagde01] is daarom in beginsel aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade, tenzij haar een beroep op de ontheffingen van artikel 17 lid Pro CMR toekomt.
4.9.
Ingevolge artikel 17 lid 2 CMR Pro is de vervoerder ontheven van de aansprakelijkheid van artikel 17 lid Pro 1, indien het verlies, de beschadiging of de vertraging is veroorzaakt door schuld van de rechthebbende, door een opdracht van deze, welke niet het gevolg is van schuld van de vervoerder, door een eigen gebrek van de goederen of door omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.
4.10.
Volgens vaste jurisprudentie kan de wegvervoerder slechts dan met succes beroep doen op die ontheffingsgrond indien hij feiten of omstandigheden stelt en bij betwisting aantoont, waaruit volgt dat hij alle in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van een zorgvuldig vervoerder, daaronder begrepen de personen van wier hulp hij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt, te vergen maatregelen heeft genomen om het verlies te voorkomen (HR 17 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2632, S&S 1998/75 Oegema/Amev).
4.11.
[gedaagde01] heeft, hoewel daartoe gelegenheid geboden, geen verweer gevoerd tegen de door Generali ingestelde vorderingen. Evenmin is gesteld noch gebleken dat [gedaagde01] een beroep op een ontheffingsgrond toekomt. Hieruit volgt dat ervan uit moet worden gegaan dat [gedaagde01] niet alle in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van een zorgvuldig vervoerder te vergen maatregelen heeft genomen om het verlies te voorkomen. Ingevolge het bepaalde in artikel 17 lid 1 CMR Pro is [gedaagde01] dan ook aansprakelijk voor het verlies van de lading. Dit betekent dat de door Generali gevorderde verklaring voor recht ten aanzien van [gedaagde01] zal worden toegewezen, evenals de veroordeling om aan Generali in vrijwaring te betalen al hetgeen waartoe Generali in vrijwaring in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld.
4.12.
Het is vervolgens de vraag of Generali ook een vordering heeft op Colonnade, de aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde01] .
4.13.
Colonnade voert een aantal verweren tegen de vordering van Generali en betwist onder meer dat Generali een directe actie heeft op Colonnade omdat er geen sprake is van een verzekerd voorval zodat de verzekering geen dekking biedt.
Met betrekking tot dit laatste verweer voert Colonnade aan dat blijkens de polis de aansprakelijkheid van [gedaagde01] slechts dan is verzekerd indien voldaan is aan de voorwaarden als omschreven in de “Carrier’s liability insurance subcontractors clause” (zie onder r.o. 2.4). Deze clausule bepaalt onder meer dat de subcontractor een Poolse vennootschap dient te zijn. De subcontractor Cargo Sped GmbH zou daarentegen een Oostenrijkse vennootschap zijn, waardoor niet is voldaan aan deze voorwaarde, aldus Colonnade.
Daarnaast doet Colonnade een beroep op artikel 4, sub 1 van de algemene voorwaarden (zie onder r.o. 2.5), waarin een uitsluiting is opgenomen voor schade veroorzaakt door een opzettelijk handelen (‘wilful misconduct’) van [gedaagde01] of van degenen voor wie hij verantwoordelijk is. Gesteld wordt dat de goederen zijn verduisterd door of zijdens Cargo Sped. Indien dat juist zou zijn, is deze uitsluiting dus van toepassing, aldus Colonnade.
Tot slot zou [gedaagde01] de schade laattijdig hebben gemeld, waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem ingevolge artikel 11 rustende Pro verplichtingen.
4.14.
De rechtbank stelt vast dat als niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken vaststaat dat in onderhavig geval niet aan de betreffende polisvoorwaarden is voldaan. Er moet immers vanuit worden gegaan dat het verlies van de lading het gevolg is van opzettelijk handelen (‘wilful misconduct’) van [gedaagde01] of van degenen voor wie hij verantwoordelijk is, zodat op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden dekking ontbreekt. Ook heeft Colonnade onbetwist gesteld dat [gedaagde01] opdracht heeft gegeven aan een Oostenrijkse vennootschap zodat evenmin is voldaan aan de “Carrier’s liability insurance subcontractors clause”. Dit leidt tot het oordeel dat onder de verzekering van Colonnade geen dekking bestaat voor de schade van [gedaagde01] en [naam01] dan ook geen directe actie op Colonnade heeft.
4.15.
Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank alle vorderingen van Generali tegen Colonnade af.
4.16.
[gedaagde01] zal, als de in het ongelijk gestelde partij in de zaak tussen Generali en [gedaagde01] , worden veroordeeld in de door Generali gemaakte kosten van de procedure, tot op heden begroot op € 239,13 aan verschotten en € 598,- (1 punt tarief II à € 598,-) aan salaris voor de advocaat.
4.17.
Generali wordt met betrekking op haar vordering op Colonnade als de in het ongelijk gestelde partij beschouwd en zal in de proceskosten worden veroordeeld van Colonnade. De kosten aan de zijde van Colonnade worden begroot op:
- griffierecht € 2.837,-
- salaris advocaat
€ 1.196,- (2,0 punt × tarief II à € 598,-)
Totaal € 4.033,-
4.18.
Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).

5..De beslissing

De rechtbank
5.1.
verklaart voor recht dat [gedaagde01] gehouden is om Generali te vrijwaren voor de vorderingen die in de hoofdzaak door VBT en haar verzekeraars tegen haar zijn ingesteld,
5.2.
veroordeelt [gedaagde01] aan Generali in vrijwaring te betalen al hetgeen waartoe Generali in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, waaronder begrepen de kosten van het geding in de hoofdzaak,
5.3.
veroordeelt [gedaagde01] , in de kosten van dit geding aan de zijde van Generali bepaald op € 239,13 aan verschotten en € 598,- aan salaris voor de advocaat,
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde met betrekking tot [gedaagde01] ,
5.5.
wijst de vorderingen op Colonnade af,
5.6.
veroordeelt Generali , in de proceskosten, aan de zijde van Colonnade begroot op € 2.837,- aan verschotten en op € 1.196,- aan salaris voor de advocaat,
5.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Witkamp en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2023.
3597/1182/2054