ECLI:NL:RBROT:2023:3696
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring wegens opeisbare vordering en betalingsonmacht verweerder
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot faillietverklaring van verweerder op grond van een opeisbare geldleningsovereenkomst met verzoekster. Verzoekster stelde een vordering van €118.131,87 inclusief rente en kosten, naast andere steunvorderingen van derden. Verweerder betwistte het vorderingsrecht niet, maar gaf aan financiering te regelen om te betalen.
Na meerdere zittingen en mediationpogingen bleek verweerder niet in staat de schulden te voldoen. De mediator beëindigde haar werkzaamheden vanwege het uitblijven van reactie en betaling van haar factuur door verweerder. Verweerder erkende geen liquide middelen te hebben en leverde zijn verplichtingen jegens consumenten niet na, wat nieuwe schulden veroorzaakt.
De rechtbank oordeelde dat summierlijk was gebleken dat verweerder is opgehouden te betalen en dat de opeisbare vordering bestaat. Daarom werd verweerder failliet verklaard, een rechter-commissaris benoemd en een curator aangesteld met de bevoegdheid tot het openen van post van de gefailleerde.
Uitkomst: Verweerder wordt failliet verklaard wegens het niet kunnen voldoen aan opeisbare schulden ondanks mediationpogingen.