Bawi Vast B.V. vordert ontruiming van een zelfstandige woonruimte in Rotterdam, omdat volgens haar de tijdelijke huurovereenkomst van 1 maart 2021 tot 28 februari 2023 is geëindigd. Daarnaast vordert zij betaling van een borgsom, servicekosten en huurpenningen na februari 2023.
De huurder stelt dat sprake is van een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd, omdat hij eerder een deel van het gehuurde onbepaald huurde en de nieuwe overeenkomst een opvolgende is. De rechtbank oordeelt dat onvoldoende vaststaat dat de tijdelijke huurovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd en sluit niet uit dat de overeenkomst als voortzetting van de eerdere onbepaalde huurovereenkomst moet worden beschouwd.
De rechtbank wijst de ontruimingsvordering daarom af wegens gebrek aan spoedeisend belang en onzekerheid over het recht van Bawi. Wel veroordeelt zij de huurder tot betaling van de erkende borg en servicekosten, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Bawi moet de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.