8.2.De door de ACM in het bestreden besluit opgeworpen vraag of bij het
niet-contracteren van [naam eiseres 2] andere aanbieders de benodigde capaciteit hebben om zoveel zorg over te nemen, heeft de ACM niet beantwoord. Ter zitting heeft de ACM bevestigd dat zij geen onderzoek heeft gedaan naar de vraag of de zorg die [naam eiseres 2] levert, naar ziekenhuizen of andere ZBC’s kan worden verplaatst. De geïnterviewde zorgverzekeraars hebben dergelijk onderzoek evenmin gedaan. Ook ten aanzien van de specialismen orthopedie en oogheelkunde, waarop [naam eiseres 2] volgens de ACM de grootste zorgaanbieder van Nederland is, kon de ACM ter zitting niet meer zeggen dan dat er problemen bij de naleving van de zorgplicht zouden kunnen ontstaan als die specialismen niet bij [naam eiseres 2] gecontracteerd zouden worden. De ACM heeft in het bestreden besluit vooral belang gehecht aan het feit dat [naam eiseres 2] één contract aanbiedt en landelijk vertegenwoordigd is. Die feiten sluiten echter niet uit dat zorgverzekeraars de mogelijkheid hebben om de benodigde zorg bij verschillende zorgaanbieders te contracteren. Dat dit bewerkelijker is voor de zorgverzekeraars is voorstelbaar, maar niet inzichtelijk is gemaakt dat om die reden het contracteren van andere zorgaanbieders geen reële mogelijkheid is. Uit de interviews die de ACM heeft afgenomen blijkt ook dat er zorgverzekeraars zijn die wel mogelijkheden zien om zorg te verplaatsen van [naam eiseres 2] naar andere zorgaanbieders en dat in de toekomst verder willen doorzetten. Dat niet-contracteren van [naam eiseres 2] geen reële mogelijkheid is, komt ook minder eenduidig naar voren uit de interviews met de zorgverzekeraars dan de ACM in het bestreden besluit stelt. In de hierna vermelde citaten komt ook niet naar voren dat [naam eiseres 2] onmisbaar is, maar dat er een zekere afhankelijkheid is en dat niet-contracteren een lastige optie is.
“Door het marktleiderschap op een aantal producten bestaat er nu al reeds een zekere afhankelijkheid naar BMC. Niet contracteren is lastige optie. Door de opstelling van BMC alsof we acteren in een volledig private markt zal dit niet verbeteren. Een nog groter zorgaanbod zal die afhankelijkheden versterken en de optie niet-contracteren wordt minder reëel. Daarmee verslechtert de onderhandelpositie.”
“13. Is er capaciteit bij de omringende ziekenhuizen/ZBC's om productie over te nemen? Waarom is dat wel/geen optie? Onderbouw dit met concrete informatie.
Dit is in principe mogelijk. Over het algemeen zijn in de regio's waar [naam eiseres 2] actief is voldoende alternatieven. Op het gebied van oogheelkunde zou dit ingewikkelder kunnen zijn, omdat er plekken zijn waar [naam eiseres 2] de zorg volledig uit het ziekenhuis heeft overgenomen. Personele schaarste bij omringende aanbieders zou een issue kunnen vormen voor het overnemen van productie.”
Ook de mogelijkheid om selectief met [naam eiseres 2] te contracteren is minder eenduidig uitgesloten dan de ACM aanneemt.
“ [naam verzekeringsmaatschappij] zal in toenemende mate moeten afwegen welke zorg zij wenst in te kopen bij BMC en welke zorg niet. BMC onderhandelt graag over het totale aanbod. [naam verzekeringsmaatschappij] zal daar een verkaveling van het aanbod in soort zorgaanbod en/of locatie in willen gaan aanbrengen. Hierdoor ontstaat spanning. Het is zaak dat er geen koppelverkoop of gedwongen winkelnering gaat ontstaan hierin door toenemende marktmacht.”
“Het niet contracteren van bepaalde locaties is mogelijk, maar dit is wel ingewikkeld vanwege het feit dat we hen op nationaal niveau inkopen en niet op regionaal niveau. Dit komt omdat Partijen op één AGB voor alle locaties declareren. Na de voorgenomen concentratie zou er één speler minder in de markt zijn op deze specifieke locaties. Echter op de diverse locaties zijn nog verschillende alternatieve zorgaanbieders die dezelfde zorg leveren.”
“Theoretisch gezien kan er selectief gecontracteerd worden. Echter is het mogelijk dat je dan te maken krijgt met `koppelverkoop' (zie vraag 12). Specialismen kunnen o.a. wel in deelplafonds worden ingedeeld. Er kan voor een gedeelte bijvoorbeeld een staffelafspraak worden afgesproken. Dat komt in algemene zin ook wel eens voor. Dit is echter meer specialismegebonden dan locatiegebonden. Theoretisch gezien is het mogelijk, maar in de praktijk blijkt het vaak lastig.”
Het geheel of gedeeltelijk verplaatsen van zorg naar andere aanbieders dan [naam eiseres 2] wordt door deze zorgverzekeraars vooral lastig en complex gevonden, maar niet onmogelijk.
Bovendien blijkt uit de onderliggende stukken van de zorgverzekeraars niet dat zij al daadwerkelijk geprobeerd hebben om bepaalde vormen van zorg niet meer bij [naam eiseres 2] af te nemen maar dat dit in praktijk niet mogelijk zou zijn gebleken. Ter zitting heeft de ACM gezegd dat dit soort onderhandelingen voornamelijk telefonisch verlopen en dat er daarom geen stukken van zijn. Nu [naam eiseres 2] heeft betwist dat zij niet aan selectieve contractering meewerkt, ziet de rechtbank mede in het licht van de hiervoor weergeven citaten onvoldoende aanknopingspunten om ervan uit te gaan dat selectieve contractering niet reëel is. De door de ACM nog genoemde omstandigheid dat een uiteindelijke beslissing tot
niet-contracteren waarschijnlijk pas laat in de jaarlijkse onderhandelingsperiode zal vallen op een moment dat contracten met andere aanbieders al gesloten zullen zijn, hebben de zorgverzekeraars zelf in de hand. Zij kunnen immers al vroeger inzetten op het verplaatsen van de zorginkoop van [naam eiseres 2] naar andere zorgverleners en het dus niet op het einde van het kalenderjaar laten aankomen. Meer in het algemeen komt uit de interviews met de zorgverzekeraars naar voren dat zij niet gewend zijn aan de wijze waarop [naam eiseres 2] zich opstelt en dat dit een andere benadering vergt.
“Er is tot nu toe nog geen situatie geweest waarin [naam verzekeringsmaatschappij] met de vuist op tafel heeft geslagen of moeten slaan. Er zijn bovendien meer paden om te bewandelen. [naam eiseres 2] krijgt wel steeds meer de positie om daar als [naam verzekeringsmaatschappij] gedwongen keuzes in te maken, maar die ruimte ervaart [naam verzekeringsmaatschappij] ook. Het groeiende belang van [naam eiseres 2] vergt een andere mindset van verzekeraars.”
Ter zitting heeft de ACM ook te kennen gegeven dat er “op de onderhandelingsstrategieën [van de zorgverzekeraars] zeker wat valt aan te merken”. Volgens de ACM is dat te verklaren door de maatschappelijke rol die de zorgverzekeraars vervullen. De zorgverzekeraars hebben ook een opdracht om de totale zorgkosten te beperken en grote zorgaanbieders zoals ziekenhuizen financieel overeind te houden. Daardoor kunnen zij zich minder rationeel opstellen; volumegroei bij [naam eiseres 2] mag niet ten koste gaan van de ziekenhuizen omdat die anders hun kosten niet kunnen terugverdienen. Volgens de ACM is de verwachting dat deze opstelling van de zorgverzekeraars ook niet gaat wijzigen, zodat zij in de beoordeling van de concentratie die opstelling van de zorgverzekeraars ook voor de toekomst als gegeven mag aannemen. Gelet op het citaat hierboven, is het echter maar de vraag of de zorgverzekeraars geen mogelijkheid hebben om zich rationeler richting [naam eiseres 2] op te stellen dan zij tot nu toe hebben gedaan. Bovendien roept het standpunt van de ACM de vraag op in hoeverre binnen het algemene mededingingsrecht rekening kan worden gehouden met niet-rationeel gedrag van een marktdeelnemer dat is ingegeven door de politieke keuzes die zijn gemaakt over de inrichting van marktwerking binnen de zorg.
Dit wordt geïllustreerd in een van de interviews met de zorgverzekeraars:
“In hoeverre wordt er met andere aanbieders van de door Partijen geboden zorg, in het bijzonder ZBC's, selectief gecontracteerd? Waarom gebeurt dat wel/niet?
Gebeurt amper doordat zorgmarkt nauwelijks functioneert als markt.”
en
“ [naam verzekeringsmaatschappij] geeft overall aan dat [naam eiseres 2] al groot is. Gevoelsmatig wordt de afhankelijkheid vergroot. Echter, de relatie tussen [naam verzekeringsmaatschappij] en [naam eiseres 2] is goed. Zij kunnen als volwassen partijen in gesprek. Soms is het lastig, omdat zij op sommige gebieden fors zijn. [naam verzekeringsmaatschappij] geeft daarbij aan dat je ook als verzekeraar een rol in het stelsel hebt, die je moet pakken. Ook richting een aanbieder als [naam eiseres 2] . Dat dat lastig is wil niet zeggen dat negatief tegen een overname aangekeken moet worden. E.e.a. is ook een klein beetje de resultante van hoe we het stelsel hebben ingericht. Partijen zullen ongetwijfeld wat meer marktmacht krijgen, maar [naam verzekeringsmaatschappij] weet niet of het daardoor lastiger zal worden om tot afspraken te komen.”
Commerciële onmisbaarheid jegens verzekerden