In deze civiele zaak stond de omvang van de schade en herstelkosten aan een woning na lekkage centraal. Gedaagde had het rieten dak van eiser vervangen, waarna door een openliggend dekzeil waterschade ontstond. Eiser vorderde een schadevergoeding van €32.387,25, terwijl gedaagde en diens verzekeraar een lagere vergoeding hadden betaald.
De rechtbank benoemde een deskundige die de omvang van de schade en herstelkosten onderzocht. De deskundige concludeerde dat de gipsplaten en isolatie niet blijvend beschadigd waren, dat scheuren deels door de lekkage konden zijn ontstaan, en dat herstel mogelijk was zonder volledige vervanging van alle materialen. De herstelkosten werden begroot op €8.330, met een aftrek voor verbetering van €252.
Eiser betwistte het deskundigenrapport, onder meer vanwege het ontbreken van destructief onderzoek en de gebruikte onderzoeksmethoden, maar de rechtbank vond de toelichting van de deskundige voldoende en zag onvoldoende reden om het rapport niet te volgen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het restantbedrag van €923,26 plus wettelijke rente, wees de vordering tot vergoeding van kosten van de door eiser ingeschakelde deskundige af, kende buitengerechtelijke incassokosten toe van €167,57 en veroordeelde eiser in de proceskosten van €3.125. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.