Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 december 2022, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek;
- de dupliek;
- het tussenvonnis van 10 maart 2023.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam vordert eiser terugbetaling van een geldlening van € 1.450,- die hij aan gedaagde heeft verstrekt. Gedaagde stelde dat hij het geleende bedrag reeds had terugbetaald, maar kon dit niet bewijzen. Bij tussenvonnis is gedaagde in de gelegenheid gesteld dit bewijs te leveren, maar hij heeft hier geen gevolg aan gegeven.
De rechtbank oordeelt daarom dat de vordering tot terugbetaling van het geleende bedrag toewijsbaar is. Daarnaast worden de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Ook de wettelijke rente wordt toegekend, aangezien eiser voldoende heeft gesteld en gedaagde dit niet heeft betwist. De gevorderde rente over de incassokosten wordt niet toegewezen omdat niet is aangetoond dat deze kosten aan de gemachtigde zijn betaald.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd, maar deze blijven beperkt vanwege de toevoeging van eiser. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee komt een einde aan de procedure waarin gedaagde ongelijk krijgt en veroordeeld wordt tot betaling van het geleende bedrag vermeerderd met rente en incassokosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.713,18 met rente en proceskosten; vordering wordt toegewezen.