ECLI:NL:RBROT:2023:4328

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 april 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
10/010591.22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 246 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meervoudige feitelijke aanranding van de eerbaarheid

De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor het meermalen plegen van feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Op 27 december 2021 heeft verdachte in Vlaardingen twee vrouwen, waaronder een 13-jarig meisje, onverhoeds betast aan de billen. Deze handelingen vonden plaats in aangeschoten toestand op een openbare plaats en vormden een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers.

De bewijsvoering bestond uit verklaringen van de slachtoffers en een getuige, die samen een consistent en geloofwaardig beeld schetsten van de feiten. De rechtbank achtte deze verklaringen wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft geen omstandigheden aangevoerd die de strafbaarheid uitsluiten.

De straf is bepaald op basis van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte, die geen eerdere veroordelingen in Nederland heeft. Gezien het feit dat verdachte niet in Nederland woont en de ernst van de feiten, is gekozen voor een gevangenisstraf waarvan een deel voorwaardelijk is met een proeftijd van twee jaar.

De rechtbank legde een gevangenisstraf op van twee weken, waarvan één week niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan één week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/010591.22
Datum uitspraak: 20 april 2023
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01],
zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.
wonende te [adres01] ,
niet gemachtigde raadsvrouw mr. M.C.A. Schulpen, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6 april 2023.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. W. van Prooijen heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde (aanranding);
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van voorarrest, waarvan 3 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde aanranding heeft begaan.
Ten aanzien van het tweede feit bevat het dossier een aangifte van [aangeefster01] . De rechtbank acht haar verklaring geloofwaardig en betrouwbaar, nu die verklaring in de kern steun vindt in de verklaring van aangeefster [aangeefster02] en de verklaring van getuige [getuige01] . Uit deze verklaringen blijkt dat de aard van de handeling van de verdachte seksueel getint was en dat de wijze waarop de verdachte aangeefster benaderde op essentiële punten overeenkomt met de aangifte van [aangeefster01] . Dat wat [aangeefster02] en [getuige01] hebben gezien sluit aan bij de weergave van de feiten zoals aangeefster hierover heeft verklaard. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte [aangeefster01] heeft aangerand door haar onverhoeds bij haar bil te betasten.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
1
hij
op 27 december 2021 te Vlaardingen,
door een feitelijkheid iemand, te
weten [slachtoffer01] , heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, namelijk het betasten van de bil
waarbijeen andere feitelijkheid heeft bestaan uit het
onverhoeds plegen van die ontuchtige handeling bij die [slachtoffer01] ;
2
hij
op 27 december 2021 te Vlaardingen,
door een feitelijkheid iemand, te weten [slachtoffer02] , heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, namelijk het betasten van
de bil, waarbij een andere feitelijkheid heeft bestaan uit het
onverhoeds plegen van die ontuchtige handeling bij die [slachtoffer02] ;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

5..Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straf

7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feiten waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft in aangeschoten toestand twee voor hem willekeurige vrouwen aangerand door aan hun billen te zitten. Dit grensoverschrijdende gedrag van de verdachte vond plaats op de openbare weg op klaarlichte dag. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de twee slachtoffers, waaronder een minderjarig slachtoffer van 13 jaar. Een dergelijk feit zorgt niet alleen bij de direct betrokkenen, maar ook in de maatschappij voor gevoelens van onrust en onveiligheid. Het moet vanzelfsprekend zijn dat meisjes of vrouwen zich veilig en ongestoord over straat kunnen bewegen. Deze vanzelfsprekendheid is door de verdachte op respectloze wijze beschaamd.
7.3.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.3.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 maart 2023, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
7.4.
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Hoewel dit over het algemeen taakstraffen betreft zal de rechtbank afzien van het opleggen van een taakstraf. Omdat de verdachte niet in Nederland woonachtig is, is het uiterst moeizaam om een taakstraf te executeren. Mede gezien de ernst van de feiten wordt daarom een gevangenisstraf opgelegd, waarvan een deel voorwaardelijk. Het voorwaardelijke strafdeel dient ertoe om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank komt bij haar afweging tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

9..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10.. Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte,
groot 1 (één) weekniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, voorzitter,
en mrs. M.J.C. Spoormaker en S.A. van Egmond, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.H. Mooren, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1
hij
op of omstreeks 27 december 2021 te Vlaardingen,
door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met
geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te
weten [slachtoffer01] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of
meer ontuchtige handeling(en), namelijk het namelijk het aanraken/betasten van
en/of slaan/tikken op de bil(len), het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en)
en/of de bedreiging met geweld en/of de
bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het
onverhoeds/onverwachts plegen van die ontuchtige handelingen bij die [slachtoffer01] ;
2
hij
op of omstreeks 27 december 2021 te Vlaardingen,
door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met
geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te
weten [slachtoffer02] , heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of
meer ontuchtige handeling(en), namelijk het namelijk het aanraken/betasten van
en/of wrijven over de bil(len), het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of
de bedreiging met geweld en/of de
bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het
onverhoeds/onverwachts plegen van die ontuchtige handelingen bij die
;