Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juni 2023 in de zaak tussen
Chainges International B.V., gevestigd te Maarssen, eiseres (Chainges),
Procesverloop
bestuursbureau van Bpf Vervoer.
Rechtbank Rotterdam
Chainges International B.V. verzocht om vrijstelling van verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds Bpf Vervoer voor haar werknemers, op grond van een bestaande pensioenvoorziening. Bpf Vervoer verleende deze vrijstelling echter alleen aan werknemers die ten minste zes maanden vóór de verplichtstelling in dienst waren, wat feitelijk neerkwam op vrijstelling voor één werknemer.
Chainges stelde dat deze beperking niet in overeenstemming is met artikel 2, aanhef en onder b, van het Vrijstellingsbesluit. De rechtbank onderzocht de totstandkomingsgeschiedenis van dit artikel en concludeerde dat de vrijstelling bedoeld is voor zowel bestaande als toekomstige werknemers, en dat de beperking tot reeds in dienst zijnde werknemers niet uit de tekst of toelichting blijkt.
De rechtbank oordeelde dat de uitleg van Bpf Vervoer niet wordt ondersteund door de wetsgeschiedenis en dat het aan de wetgever is om eventuele misbruik te voorkomen. Het beroep van Chainges werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en Bpf Vervoer werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit dat de vrijstelling beperkt tot werknemers die zes maanden voor de verplichtstelling in dienst waren en bepaalt dat de vrijstelling ook geldt voor toekomstige werknemers.