Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 januari 2025 op het hoger beroep van:
Chainges International B.V., te Maarssen (Chainges)
Bpf Vervoer.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Chainges International B.V. werd door wijziging van haar bedrijfsactiviteiten verplicht deel te nemen aan het bedrijfstakpensioenfonds Vervoer vanaf 1 september 2020. Omdat zij al een eigen pensioenregeling had, verzocht zij om vrijstelling van deze verplichting. Het pensioenfonds verleende deze vrijstelling echter alleen voor werknemers die al zes maanden voor de verplichtstelling in dienst waren, wat feitelijk slechts één werknemer betrof.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat deze beperking onterecht was en dat de vrijstelling ook voor toekomstige werknemers moest gelden. Het pensioenfonds ging hiertegen in hoger beroep. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat de tekst en totstandkomingsgeschiedenis van het Vrijstellingsbesluit ruimte bieden voor een ruimere uitleg.
Het College veroordeelt het pensioenfonds tevens in de proceskosten en heft griffierecht. Hiermee wordt de vrijstelling uitgebreid tot alle werknemers van Chainges, zowel bestaande als toekomstige, met ingang van de verplichtstelling.
Uitkomst: Het College bevestigt dat de vrijstelling van verplichte pensioenregeling geldt voor alle werknemers, niet alleen voor degenen die al zes maanden in dienst waren.