Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijkomende straf een beroepsverbod voor de functie van overheidsambtenaar gedurende 5 jaar.
4.Waardering van het bewijs
ievergoeding waren gedaan te voegen en bij te leveren (welke documenten bij de (later) in te dienen aanvragen meegestuurd dienen te worden)
5.Strafbaarheid feiten
2.subsidiair,
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
3.primair,
medeplegen van opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Vordering benadeelde partij/ schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;
een gedeelte, groot
12 (twaalf) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaar;
5 (vijf) jaren.
€ 1.654.797,40 (zegge: één miljoen zeshonderdvierenvijftigduizend zevenhonderdzevenennegentig euro en veertig eurocent),bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening.