Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[eiser02] ,
[eiser03],
[gedaagde01],
[gedaagde02],
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 december 2022, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van ‘ [eiser01] ;
- het mondelinge verweer naar aanleiding van voormelde akte.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert de vennootschap onder firma [eiser01] betaling van een openstaande factuur voor kinderopvang aan [gedaagde01] en [gedaagde02]. De factuur van €1.767,- voor juni 2022 is niet betaald binnen de termijn. [gedaagde01] erkent de schuld en incassokosten, terwijl [gedaagde02] ontkent contractspartij te zijn omdat hij de overeenkomst niet heeft ondertekend.
De rechtbank stelt vast dat alleen [gedaagde01] contractspartij is, omdat de overeenkomst slechts door haar is ondertekend en er geen gerechtvaardigd vertrouwen is dat ook [gedaagde02] gebonden is, ondanks dat zijn gegevens vermeld staan. Het enkele feit dat hij de vader is, is onvoldoende om hem als contractspartij aan te merken.
De rechtbank veroordeelt [gedaagde01] tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten, en wijst de vorderingen tegen [gedaagde02] af. Ook worden de proceskosten aan de zijde van [eiser01] en [gedaagde02] toegewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Moeder wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande factuur en kosten; vader is geen contractspartij en wordt vrijgesteld.