Eisers kochten een in 2019 nieuw gebouwde woning van Da’s Goed, die zij op 1 april 2020 in eigendom kregen. Kort na levering klaagden zij over diverse gebreken, waaronder ventilatieproblemen, rioollucht, lekkage en een niet goed functionerende warmtepomp. Een deskundige stelde vast dat de woning niet voldeed aan het Bouwbesluit 2012 en dat de gebreken het normaal gebruik van de woning belemmerden.
Da’s Goed voerde verweer dat eisers te laat hadden geklaagd en dat de gebreken niet aan haar toerekenbaar waren. De rechtbank oordeelde dat eisers tijdig hadden geklaagd en dat de gebreken niet kenbaar waren voor hen bij aankoop. De woning moest voldoen aan het Bouwbesluit 2012 en het gerechtvaardigd verwachtingspatroon van een nieuwe woning.
De rechtbank wees de vorderingen van eisers toe voor herstelkosten van circa €19.900, expertisekosten, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De vordering tot herberekening van de EPC-norm werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.