ECLI:NL:RBROT:2023:4696
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de gemeente Rotterdam een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd aan verzoeker. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure vernietigde de gemeente de naheffingsaanslag, waarna verzoeker het beroep introk en een verzoek tot proceskostenvergoeding indiende.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hoewel verzoeker ook kosten had gemaakt voor de voorbereiding van een zitting, oordeelde de rechtbank dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat het Besluit proceskosten bestuursrecht hiervoor geen vergoeding voorziet.
Wel werd het verzoek om vergoeding van de kosten voor het opstellen en indienen van het beroepschrift als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank stelde de vergoeding vast op €418,50. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €49,- door de gemeente moet worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter S. Ketelaars-Mast op 30 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gemeente tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten voor het indienen van het beroepschrift.