ECLI:NL:HR:2022:1338
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over vergoeding proceskosten bij bijwonen zitting
Belanghebbende, een zelfstandig beroepsbeoefenaar, had bij de Rechtbank een verzoek ingediend tot vergoeding van proceskosten, waaronder verletkosten van €328 voor vier uren omzetderving door het bijwonen van een zitting. De Rechtbank kende een vergoeding toe van €82 voor één uur, omdat belanghebbende in de woonplaats van de zitting verbleef en geen reiskosten maakte.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat hij vier uur omzet was misgelopen omdat hij door de zitting later in Utrecht kon zijn. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en handhaafde de vergoeding van €82, stellende dat de vergoeding betrekking had op tijdverzuim voor het bijwonen van de zitting en de reis.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het tijdverzuim niet vier uur bedroeg zoals belanghebbende had opgegeven. Dit was een onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering, waardoor het arrest van het Hof niet in stand kon blijven. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de proceskosten betreft en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wees verder af om de overige klachten te behandelen en zag geen aanleiding om proceskosten toe te kennen aan belanghebbende. De Staatssecretaris van Financiën moet het griffierecht van €134 vergoeden dat belanghebbende in cassatie heeft betaald.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de proceskosten betreft en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.