ECLI:NL:RBROT:2023:4746
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde van benedenwoning in Dordrecht
Eiser betwistte de WOZ-waarde van een benedenwoning in Dordrecht, vastgesteld op €190.000,- per 1 januari 2020, en stelde dat deze te hoog was en €168.000,- zou moeten bedragen. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Dordrecht, onderbouwde de waarde met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten in dezelfde wijk.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met de ligging aan een drukke weg en de staat van onderhoud van de woning, waarbij correcties waren toegepast. Ook werd de waardering van de tuin, ondanks de afwijkende perceelgrootte, als voldoende onderbouwd beschouwd.
Eiser voerde verder aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met verkoopgegevens uit het bezwaarschrift, maar de rechtbank volgde verweerder in de constatering dat de genoemde verkoop niet op de vrije markt had plaatsgevonden. Het motiveringsbeginsel werd niet geschonden.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €190.000,- is ongegrond verklaard.