AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing vordering Stedin wegens ontbreken onrechtmatige daad bij gering stroomverbruik zonder energieleverancier
Stedin vordert schadevergoeding van [gedaagde01] c.s. wegens het vermeende onrechtmatig afnemen van elektriciteit zonder energieleverancier tussen 7 maart 2019 en 1 maart 2021 op een adres te Dordrecht. Stedin stelt dat zij hierdoor schade lijdt omdat zij de elektriciteit moest leveren zonder betaling.
De rechtbank beoordeelt of sprake is van een onrechtmatige daad conform artikel 6:162 BWPro en of deze daad aan [gedaagde01] c.s. kan worden toegerekend. Stedin kon niet aantonen dat zij [gedaagde01] c.s. tijdig heeft verzocht een energieleverancier te regelen of dat deze op de hoogte was van het stroomverbruik.
Het verbruik betrof slechts 3 kWh over bijna twee jaar, een zeer gering verbruik dat niet snel door een consument wordt opgemerkt. De verhuurder had bij aanvang van de huurovereenkomst medegedeeld dat de stroom was afgesloten. Stedin kon niet aantonen dat eerdere huurders wel een energieleverancier hadden of dat zij [gedaagde01] c.s. heeft gewezen op het ontbreken van een energieleverancier.
De rechtbank concludeert dat het onrechtmatig handelen niet aan [gedaagde01] c.s. kan worden toegerekend en wijst de vordering af. Stedin wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van Stedin wordt afgewezen wegens ontbreken van toerekenbare onrechtmatige daad bij gering stroomverbruik zonder energieleverancier.
De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde01] c.s.’ genoemd.
1.De procedure
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 28 december 2022, met bijlagen;
het antwoord;
de akte van Stedin;
de dupliek, met bijlage;
de rolbeslissing van deze rechtbank van 20 april 2023;
de akte uitlaten productie van Stedin.
2.De beoordeling
De kern
2.1.
Stedin is netbeheerder en verantwoordelijk voor het transport van gas en elektriciteit en de aansluiting op het gas- en elektriciteitsnetwerk. Volgens Stedin heeft [gedaagde01] c.s. in de periode van 7 maart 2019 tot en met 1 maart 2021 op het adres [adres01] te Dordrecht van de aanwezige elektriciteitsaansluiting gebruik gemaakt terwijl zij geen overeenkomst met een energieleverancier had. Nu een energieleverancier ontbrak, heeft Stedin de elektriciteit moeten leveren. [gedaagde01] c.s. heeft niet betaald voor deze elektriciteit waardoor Stedin schade lijdt. Stedin vordert van [gedaagde01] c.s. € 523,71 (bestaande uit
€ 454,10 aan hoofdsom, € 1,49 aan rente en € 68,12 aan incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot en met de dag van voldoening, en met veroordeling van [gedaagde01] c.s. in de proceskosten. Stedin legt aan deze vordering tot schadevergoeding ten grondslag dat [gedaagde01] c.s. onrechtmatig jegens Stedin heeft gehandeld door zonder een overeenkomst met een energieleverancier, energie af te nemen via het netwerk van Stedin.
[gedaagde01] c.s. erkent geen overeenkomst met een energieleverancier voor de opslagbox te hebben gehad, maar betwist stroom te hebben afgenomen.
De beoordeling
2.2.
Artikel 6:162 BWPro bepaalt dat degene die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, verplicht is de schade die de ander daardoor lijdt, te vergoeden. Er moet dus sprake zijn van (1) een onrechtmatige daad, (2) die aan
[gedaagde01] c.s. is toe te rekenen, (3) en van schade (4) die het gevolg is van die onrechtmatige daad.
2.3.
De vordering zal worden afgewezen en wel om het volgende.
Volgens Stedin gaat het om een consument en heeft zij [gedaagde01] c.s. meermalen verzocht om te zorgen voor een energieleverancier. Bewijs hiervoor ontbreekt echter. De eerste brief die Stedin aan [gedaagde01] c.s. heeft gestuurd, is, volgens haar producties, de factuur van 1 juli 2022. Volgens deze factuur is er 3 kWh elektriciteit verbruikt tussen 7 maart 2019 en
1 maart 2021 dus gemiddeld 1,5 kWh per jaar, waarbij niet duidelijk is op welk moment dit verbruik heeft plaatsgevonden. Voor zover er al sprake zou zijn van onrechtmatig handelen of nalaten door [gedaagde01] c.s., kan dit in elk geval niet aan [gedaagde01] c.s. worden toegerekend. Een zodanig lage afname van stroom zal niet snel opgemerkt worden door een consument. [gedaagde01] c.s. heeft ook aangevoerd dat zij zich niet bewust was van de afname. Volgens haar heeft de verhuurder bij aanvang van de huurovereenkomst verteld dat de stroom was afgesloten. Stedin heeft dit niet met zoveel woorden betwist: zij heeft gesteld dat voorgaande huurder(s) wel een overeenkomst hadden met een energieleverancier. Die stelling vindt echter geen steun in de al eerder genoemde brief van Stedin van 1 juli 2022. Daarin staat namelijk dat de beginmeterstand 4 kWh bedroeg. Door voorgaande huurder(s) is dus ook amper stroom afgenomen. Bovendien is – zoals gezegd – niet gebleken dat Stedin [gedaagde01] c.s. er op heeft gewezen dat zij geen overeenkomst met een energieleverancier heeft en wat de gevolgen daarvan zijn. Ook de factuur is pas een jaar en vier maanden na de in rekening gebrachte periode verstuurd. Nu niet voldaan is aan het vereiste van toerekenbaarheid is er voor het toekennen van schadevergoeding geen plaats.
2.4.
Stedin wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 RvPro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] c.s. tot vandaag vast op € 50,- aan reis-, verblijf- en verletkosten. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 RvPro).
3.De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
wijst af de vorderingen van Stedin;
3.2.
veroordeelt Stedin in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde01] c.s. tot vandaag worden vastgesteld op € 50,-;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en in het openbaar uitgesproken.