De eiser was eigenaar van een appartement binnen een VvE, waarvan de beheerder de gedaagde partij is. Door waterschade in het appartement werd een verzekeringsvergoeding ontvangen door de VvE, die niet volledig aan de eiser werd doorbetaald. De eiser betaalde tijdelijk geen VvE-bijdragen in verband met de schade en stelde dat de eindafrekening onjuist was.
Tijdens de procedure erkenden partijen dat de VvE nog een bedrag van €3.869,90 aan de eiser verschuldigd was, bestaande uit het niet doorbetaalde verzekeringsbedrag minus reeds ontvangen bedragen en een betaling van de eiser aan de VvE die niet was verrekend. De wettelijke rente werd toegewezen vanaf de datum van het vonnis.
De eis voor een hoger bedrag werd afgewezen omdat de eiser geen bewijs leverde van een hogere verzekeringsuitkering. De rechtbank veroordeelde de VvE tevens tot betaling van de proceskosten, waarbij geen extra vergoeding voor advocaatkosten werd toegekend wegens het ontbreken van misbruik van procesrecht door de VvE.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de overige vorderingen van de eiser werden afgewezen.