ECLI:NL:RBROT:2023:4915
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging ZW-uitkering na eerstejaars ziektewetbeoordeling en ziekmelding
Eiser, werkzaam als facilitair medewerker bij de politie, meldde zich ziek en ontving een ZW-uitkering. Na een eerstejaars ziektewetbeoordeling (EZWb) werd vastgesteld dat eiser passende functies kon verrichten en meer dan 65% van zijn loon kon verdienen, waarop de ZW-uitkering werd stopgezet per 8 maart 2022. Eiser maakte bezwaar en stelde dat niet al zijn klachten waren meegenomen en dat hij niet zelfredzaam was.
De rechtbank concludeerde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het medisch beeld adequaat had vastgesteld en dat eiser geen situatie van 'geen benutbare mogelijkheden' had. De beëindiging van de uitkering per 8 maart 2022 werd daarom bevestigd. Vervolgens werd beoordeeld of het besluit om de uitkering per 13 juni 2022 te beëindigen, na een ziekmelding met een nieuwe diagnose depressie, terecht was.
De rechtbank vond dat het onderzoek naar de impact van de depressieve stoornis onvoldoende was gemotiveerd, waardoor sprake was van een motiveringsgebrek. Dit leidde tot vernietiging van het besluit en opdracht aan verweerder om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Beëindiging ZW-uitkering per 8 maart 2022 bevestigd; besluit per 13 juni 2022 vernietigd wegens motiveringsgebrek.