De huurder vordert schadevergoeding van verhuurder Havensteder wegens lekkage in de gehuurde woning. De kern van het geschil is of de lekkage een gebrek vormt en aan wie deze toerekenbaar is.
De rechtbank oordeelt dat Havensteder niet is geslaagd in haar bewijsopdracht dat de lekkage veroorzaakt is door nalatigheid van de huurder. Er is onvoldoende bewijs dat de verstopping in de afvoer, die mogelijk door de huurder veroorzaakt zou zijn, de enige oorzaak van de lekkage is geweest. De lekkage wordt daarom aangemerkt als een gebrek aan het gehuurde.
Vervolgens stelt de rechtbank vast dat het gebrek toerekenbaar is aan Havensteder, omdat deze niet heeft aangetoond dat de lekkage niet door een defecte waterleiding of afvoerbuis is veroorzaakt. De verhuurder is aansprakelijk voor de gevolgschade die de huurder heeft geleden. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €2.125,31 plus €571,72 aan expertisekosten, minus enkele kostenposten. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen. Havensteder wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €2.407,29 en proceskosten.