Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking uithuisplaatsing
de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,
[minderjarige01] ,
[moeder01]
Het procesverloop
De feiten
Het aangehouden verzoek
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een 13-jarige minderjarige die momenteel gedetineerd is, met als alternatief een plaatsing bij de oom in een netwerkpleeggezin. De kinderrechter behandelde de zaak op 25 mei 2023 achter gesloten deuren.
De kinderrechter oordeelde dat niet voldaan was aan de wettelijke vereisten voor gesloten jeugdhulp, omdat er een minder ingrijpend alternatief beschikbaar was, namelijk plaatsing bij de oom. Hoewel bij de oom nog geen hulpverlening en dagbesteding geregeld waren, achtte de rechter een gesloten plaatsing niet passend of noodzakelijk. De kinderrechter vond een verblijf in een gesloten instelling ongewenst vanwege mogelijke negatieve gedragsinvloeden en het frequente wisselen van verblijfplaatsen.
De kinderrechter verleende daarom een machtiging tot uithuisplaatsing bij de oom voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling tot 10 augustus 2023. Tevens werd benadrukt dat op korte termijn hulpverlening en dagbesteding moeten worden ingezet en dat veiligheidsafspraken noodzakelijk zijn. Ook moet een pedagogisch onderzoek worden afgenomen om passende hulp te bepalen. Het doel is om toe te werken naar terugplaatsing bij de moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent.
Uitkomst: Verzoek tot gesloten jeugdhulp afgewezen; machtiging tot uithuisplaatsing bij oom verleend voor duur voorlopige ondertoezichtstelling.