Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 10 mei 2023, met bijlagen;
- het herstelexploot van 25 mei 2023;
- het schriftelijke verweer en de tegeneis van [gedaagde01] .
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert de huurder dat de verhuurder wordt veroordeeld tot herstel van ernstige onderhoudsgebreken aan de gehuurde dubbele bovenwoning. De Huurcommissie had eerder de huurprijs verlaagd wegens de slechte staat van de woning. De verhuurder is tot op heden niet gestart met herstelwerkzaamheden.
De verhuurder betwist dat hij tekortschiet en stelt dat de huurder geen aannemers toelaat en geen medewerking verleent aan bezichtigingen voor verkoop. De huurder ontkent dit en stelt dat communicatie over bezichtigingen onvoldoende is.
De kantonrechter oordeelt dat de onderhoudsgebreken evident en ernstig zijn en dat de verhuurder verplicht is deze te herstellen. De vordering van de huurder wordt toegewezen met een hersteltermijn van zes maanden en een dwangsom. De tegenvordering van de verhuurder wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Tevens worden proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld om binnen zes maanden de onderhoudsgebreken te herstellen onder dwangsom.