Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[advocatenkantoor01],
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 juni 2022, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de pleitnota’s van de gemachtigden.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres schakelde in december 2019 advocaat in vanwege een deurwaardersbrief over beslaglegging wegens een openstaand bedrag van ruim €11.000. De advocaat stelde namens haar verzet in tegen een verstekvonnis uit maart 2018, maar de rechtbank oordeelde dat het verzet te laat was ingesteld omdat eiseres al op 21 november 2019 op de hoogte was van het vonnis.
Eiseres vorderde vervolgens een schadevergoeding en stelde dat de advocaat toerekenbaar tekortgeschoten of onrechtmatig had gehandeld door de verzettermijn te laten verstrijken. De advocaat betwistte dit en stelde dat zij eiseres juist had geïnformeerd en de stukken had opgevraagd.
De rechtbank oordeelde dat de advocaat niet toerekenbaar tekortgeschoten was, omdat zij eiseres had geïnformeerd en de verzettermijn pas begon te lopen vanaf het moment dat eiseres op de hoogte was van het verstekvonnis. Ook was er geen sprake van onrechtmatig handelen. De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.