ECLI:NL:RBROT:2023:5396
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugvordering voorschot NOW-2 wegens niet indienen definitieve vaststelling
Eiseres diende een aanvraag in voor een NOW-2 tegemoetkoming en ontving een voorschot van €21.820. Zij diende echter geen aanvraag in voor de definitieve vaststelling, waarop verweerder de tegemoetkoming op nihil stelde en het voorschot terugvorderde.
Eiseres voerde aan dat zij door een bestuurswissel niet op de hoogte was van de aanvraag en de verplichtingen, en dat de herinneringsbrieven naar een oud adres waren gestuurd. Zij stelde dat dit in strijd was met het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, en dat er onvoldoende belangenafweging had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurders verantwoordelijk zijn voor een adequate overdracht en dat het niet indienen van de aanvraag voor hun rekening en risico komt. De toezending van brieven aan het oude adres was geen reden voor toepassing van buitenwettelijk begunstigend beleid. Verweerder had een belangenafweging gemaakt en het besluit was niet onredelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de terugvordering van het voorschot. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot nihil vaststelling van de NOW-2 tegemoetkoming en terugvordering van het voorschot is ongegrond verklaard.