Uitspraak
30 september 2020 (Kamerstukken II, 2020/21, 35420, nr. 142) en de toelichting bij de
NOW-3 (Stcrt. 2020, nr. 52209, p. 19) niet af te leiden. Verder geldt dat met het woord ‘gevuld’ in de brief en de toelichting niet kan worden afgedaan aan de meest voor de hand liggende uitleg van artikel 16. derde lid. Het getal behoort immers bij het afwezig zijn van loongegevens. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat niet valt in te zien dat – in een geval als dat van betrokkene – het uitgaan van de loongegevens van de maand april 2020 afbreuk doet aan het robuuste en snelle karakter ten behoeve van de uitvoerbaarheid van de
NOW-regeling. Het is de rechtbank ook niet gebleken dat door betrokkene risico’s zijn genomen die op het Uwv worden afgewenteld en waarvoor de NOW-3 niet is bedoeld. Betrokkene heeft op de zitting nader toegelicht dat het theaterseizoen loopt van september tot en met mei. Zij neemt personeel in dienst op basis van tijdelijke contracten. In de maanden juni, juli en augustus is er geen personeel in dienst. Bij de start van het nieuwe seizoen in oktober 2020 zijn er – zij het in beperkte mate – weer voorstellingen aangevangen en is beperkt personeel aangesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat van een situatie zoals omschreven in de toelichting bij de NOW-3 over seizoenbedrijven (Stcrt. 2020, nr. 52209,
p. 19) dan ook geen sprake is. Het gaat in die situatie immers om bedrijven die juist in de referentiemaand juni 2020 extra personeel in dienst hebben.