Partijen sloten op 15 januari 2019 een koop op proef overeenkomst waarbij de koper hoortoestellen gedurende twee maanden kon uitproberen. De koper verscheen niet bij de evaluatieafspraak en tekende geen tevredenheidsverklaring, waardoor de koop volgens de voorwaarden definitief werd.
De koper stelde dat hij wegens een hersenschudding in het buitenland telefonisch had gemeld dat de proefperiode zou worden opgeschort, maar dit kon niet worden bewezen en de koop werd derhalve ook definitief door het verstrijken van de proefperiode zonder bericht. De rechter stelde vast dat de verkoper aan haar informatieverplichtingen had voldaan en dat de algemene voorwaarden geen oneerlijke bedingen bevatten.
De verkoper vorderde betaling van de volledige prijs minus de kortingen en vergoedingen, maar de rechter oordeelde dat de korting van € 1.191,64 onvoorwaardelijk aan de koper toekomt. De koper werd veroordeeld tot betaling van € 2.096,36 met wettelijke rente vanaf 30 maart 2019 en de proceskosten. De vordering voor buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aanmaning.