De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over huurachterstand, schadevergoeding, huurprijsvermindering en kosten. De huurder huurt sinds 2017 een woonruimte met een kale huurprijs van €600, welke door de Huurcommissie per 1 juli 2021 is verlaagd naar €379,74. De verhuurder vordert betaling van een huurachterstand, reparatiekosten en elektriciteitskosten, alsmede ontbinding van de huurovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand door verrekening met de lagere huurprijs en een huurprijsvermindering wegens stroomstoring niet meer bestaat. De vordering tot schadevergoeding faalt wegens onvoldoende bewijs dat de huurder aansprakelijk is voor de schade. De vordering voor elektriciteitskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan contractuele grondslag en onvoldoende onderbouwing.
De tegenvorderingen van de huurder worden deels toegewezen: hij krijgt vergoeding voor te veel betaalde huur over de periode 1 juli 2021 tot augustus 2022 en buitengerechtelijke incassokosten. De vordering tot schadevergoeding voor gemeentelijke belastingen wordt afgewezen. De huurovereenkomst wordt niet ontbonden en de vordering tot ontruiming afgewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.