De Staat der Nederlanden vordert terugbetaling van een voorschot van € 40.000,- dat frauduleus is ontvangen via een aanvraag TVL-subsidie tijdens de coronaperiode. De gedaagde erkent de ontvangst en het gebruik van het bedrag, waarbij hij € 38.000,- zelf heeft gehouden en € 2.000,- aan een derde heeft gegeven.
De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een onverschuldigde betaling en dat De Staat buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt. De vordering wordt beperkt tot € 25.000,- toegewezen met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. Daarnaast worden proceskosten, waaronder kosten van een beslagprocedure, toegewezen ter hoogte van € 3.523,41.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat De Staat nakoming kan verlangen ondanks eventueel hoger beroep. De rest van de vordering wordt afgewezen. Dit vonnis is op 25 mei 2023 uitgesproken door de kantonrechter I.K. Rapmund.