Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit;
- veroordeling van [verdachte rechtspersoon01] tot een geldboete van € 50.000,-.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen een verdachte rechtspersoon die werd verdacht van het illegaal overbrengen van het schip [naam schip01] vanuit Nederland naar Turkije zonder de vereiste kennisgeving en toestemming zoals voorgeschreven in de EVOA. Het schip werd aangemerkt als afvalstof omdat de houder zich ervan wilde ontdoen vanwege commerciële redenen.
De rechtbank oordeelde dat het schip vanaf het moment dat besloten werd het niet langer te exploiteren en te verkopen als sloopobject, als afvalstof moest worden beschouwd. De overbrenging naar Turkije viel onder de EVOA en vereiste een kennisgevings- en toestemmingsprocedure die niet was gevolgd. De verdachte rechtspersoon was echter niet de kennisgever en er kon geen opzet worden vastgesteld dat zij bewust de kennisgeving had achterwege gelaten.
De rechtbank verwierp het verweer dat de Nederlandse strafwet niet van toepassing zou zijn en concludeerde dat de feiten in Nederland waren gepleegd. Gezien het ontbreken van bewijs voor opzet sprak de rechtbank de verdachte rechtspersoon vrij van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte rechtspersoon is vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij illegale overbrenging van afvalstof schip naar Turkije.