ECLI:NL:RBROT:2023:6273
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking urgentieverklaring woningtoewijzing onterecht wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres had in 2022 een urgentieverklaring voor woningtoewijzing toegekend gekregen op grond van een hulpverleningstraject. Verweerder, de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR), trok deze verklaring in omdat eiseres in de eerste fase niet ten minste twaalf keer had gereageerd op geschikte woningen. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij de gevolgen van onvoldoende reageren niet begreep vanwege taalbarrières en haar persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank constateerde dat verweerder bevoegd was tot intrekking, maar dat hij bij zijn besluitvorming onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van eiseres. De belangenafweging was niet zorgvuldig en het besluit was onvoldoende gemotiveerd, waardoor het in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank oordeelde dat de nadelige gevolgen van intrekking niet in redelijke verhouding stonden tot de doelen van de intrekking, mede gezien de problematische woonsituatie van eiseres en haar minderjarige kinderen. Ook was niet aannemelijk dat het algemene belang van een strikte toepassing van de regels zwaarder woog dan het belang van eiseres.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, het primaire besluit herroepen en de urgentieverklaring hersteld. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de urgentieverklaring wordt vernietigd en de urgentieverklaring wordt hersteld.