ECLI:NL:RBROT:2023:6357
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen bestuurlijke boete wegens termijnoverschrijding
Eiseres maakte bezwaar tegen een bestuurlijke boete die haar was opgelegd wegens het niet tijdig indienen van een kwartaalrapportage bij De Nederlandsche Bank (DNB). De rechtbank beoordeelde of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege termijnoverschrijding.
De kern van het geschil betrof de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar was, waarbij eiseres COVID-19 maatregelen aanvoerde als reden. De rechtbank oordeelde dat deze maatregelen geen reden waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, aangezien van eiseres verwacht mocht worden dat zij hiermee rekening hield en voorzieningen trof voor postverwerking. Tevens was toezending van het besluit per post rechtsgeldig en bestond geen verplichting tot elektronische verzending.
De rechtbank concludeerde dat DNB terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de bestuurlijke boete in stand blijft. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. van Spengen op 20 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard en de bestuurlijke boete blijft in stand.