Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, met een uitkering van 27,61% aan de concurrente schuldeisers, gebaseerd op haar afloscapaciteit en NVVK-norm. Een ruime meerderheid van de schuldeisers stemde in met deze regeling, maar schuldeiser Duwo weigerde.
Duwo stelde dat verzoekster niet het maximaal haalbare aanbood omdat zij niet fulltime werkt, ondanks personeelstekorten in haar werkgebied. De rechtbank oordeelde dat Duwo onvoldoende aannemelijk maakte dat weigering redelijk was, mede omdat verzoekster psychische klachten heeft en onder beschermingsbewind staat, en de regeling door een onafhankelijke partij is getoetst.
De rechtbank concludeerde dat het belang van verzoekster en de overige schuldeisers zwaarder weegt dan dat van Duwo en dat het dwangakkoord gunstiger is dan de wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom werd Duwo bevolen in te stemmen met de schuldregeling en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.