Op 3 april 2023 sloot [gedaagde02] een huurovereenkomst met Brickfund voor een woning in [plaats01]. Brickfund vernietigde de overeenkomst buitengerechtelijk wegens bedrog en/of dwaling, omdat bij het aangaan onjuiste informatie werd verstrekt over het inkomen en de arbeidsovereenkomst van de huurder. De moeder van [gedaagde02] had een werkgeversverklaring en arbeidsovereenkomst opgesteld die niet strookten met de werkelijkheid, met als doel Brickfund te misleiden.
[gedaagde02] stond sinds 30 maart 2023 onder bewind wegens schuldenproblematiek. De rechtbank oordeelde dat [gedaagde02] niet als procespartij kan optreden voor vorderingen die betrekking hebben op onder bewind gestelde goederen, waardoor Brickfund niet-ontvankelijk werd verklaard in haar eis tegen haar. De bewindvoerder trad op als procespartij en sloot zich aan bij de verweren van [gedaagde02].
De rechtbank achtte het aannemelijk dat de huurovereenkomst terecht was vernietigd wegens bedrog en dwaling. Brickfund had een spoedeisend belang bij ontruiming, dat zwaarder woog dan het belang van [gedaagde02] om in de woning te blijven. De ontruiming werd bevolen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De bewindvoerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.