De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 25 mei 2023 om een ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen vanwege een turbulente periode met conflicten en huiselijk geweld tussen de ouders. De kinderen wonen bij de moeder en het ouderlijk gezag wordt door beide ouders uitgeoefend.
Tijdens de zitting op 23 juni 2023 gaf de Raad aan dat de situatie sinds de verhuizing van de vader naar zijn moeder rustiger is geworden, maar dat het belangrijk is dat de gecertificeerde instelling (GI) de ouders blijft monitoren. De GI benadrukte dat de ouders openstaan voor vrijwillige hulpverlening en dat een vaste jeugdbeschermer niet direct beschikbaar zou zijn.
De ouders stelden zich coöperatief op, met hulp vanuit het wijkteam en psychologische zorg voor het oudste kind. De kinderrechter oordeelde dat niet aan het wettelijke criterium voor ondertoezichtstelling was voldaan, gezien de verbeterde situatie en bereidheid tot hulp. Daarom wees de rechtbank het verzoek af, met het vertrouwen dat de ouders de hulpverlening blijven accepteren om de kinderen stabiliteit te bieden.