De rechtbank Rotterdam behandelde op 22 juni 2023 een zaak betreffende de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig kind, alsmede een verzoek van de vader tot uitbreiding van de omgangsregeling.
Het kind verblijft in een pleeggezin waar zij zich positief ontwikkelt. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming adviseren verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vanwege bedreigingen in de ontwikkeling van het kind en de noodzaak van continuïteit en rust. De vader verzoekt om een uitgebreidere omgangsregeling en onderzoek naar terugplaatsing bij hem, hetgeen door GI, Raad en bijzondere curator als niet wenselijk wordt beoordeeld vanwege mogelijke onrust en loyaliteitsconflicten.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld en dat het belang van het kind gediend is met voortzetting van de huidige maatregelen. Het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling wordt afgewezen omdat de bestaande jaarplanning rust en duidelijkheid biedt. De bijzondere curator wordt herbenoemd om het belang van het kind te behartigen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.