ECLI:NL:RBROT:2023:7064

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 juli 2023
Publicatiedatum
9 augustus 2023
Zaaknummer
10349474
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overeenkomst tot plaatsing van advertenties via telefonisch contact bevestigd

Op 21 november 2017 heeft eiseres telefonisch contact gezocht met de gedaagde voor het plaatsen van advertenties in een puzzel- en kleurboek voor drie opeenvolgende jaren. Tijdens het gesprek is een overeenkomst gesloten voor het plaatsen van een 1/8 pagina advertentie in de kersteditie van 2017, 2018 en 2019 tegen een afgesproken prijs per jaar. De overeenkomst is bevestigd per e-mail en een factuur is op 12 december 2018 verstuurd.

Gedaagde heeft de factuur niet betaald en betwist dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen, stellende dat het telefoongesprek niet met haar bestuurder is gevoerd. Eiseres heeft echter geluidsopnamen overgelegd waarvan de rechter oordeelt dat de stem van de bestuurder duidelijk herkenbaar is, mede bevestigd door persoonlijke details die overeenkomen met diens situatie.

De kantonrechter concludeert dat er een geldige overeenkomst is gesloten en veroordeelt gedaagde tot betaling van het factuurbedrag van € 356,95, de wettelijke handelsrente vanaf 25 januari 2023 en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiseres toegewezen en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 434,57 inclusief rente en kosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10349474 CV EXPL 23-5597
datum uitspraak: 28 juli 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
eiseres,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde,
vertegenwoordigd door de heer [persoon A] .
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 6 februari 2023, met producties;
  • de aantekeningen van het mondelinge antwoord namens [gedaagde] op de rolzitting van 2 maart 2023, met bijlage;
  • de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
  • de brief van 31 mei 2023 namens [eiseres] , met aanvullende producties;
  • de e-mail van 7 juni 2023 namens [eiseres] , met twee audiobestanden.
1.2.
Op 6 juni 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met partijen besproken. Namens [eiseres] was de heer [persoon B] (directeur) aanwezig en mr. N. van Trierum namens de gemachtigde. De heer [persoon A] (bestuurder, hierna: [persoon A] ) was namens [gedaagde] aanwezig.

2.De feiten

2.1.
Op 21 november 2017 heeft [eiseres] telefonisch contact gezocht met het telefoonnummer van [gedaagde] dat in de Kamer van Koophandel geregistreerd stond voor het plaatsen van advertenties in een puzzel- en kleurboek dat [eiseres] uitgeeft voor Medische Kinderdagverblijven. Van het telefoongesprek is een geluidsopname gemaakt. Een gedeelte van het gesprek is als volgt getranscribeerd:
“ [eiseres] : En jij bent namens de firma [naam koeriersbedrijf] koeriersbedrijf ook bevoegd om de..
[gedaagde] : het is geen [naam koeriersbedrijf] koeriersbedrijf meer, vanwege de ontwikkeling van mijn bedrijf is
het een bv geworden en dat is [naam bedrijf]
[eiseres] : [gedaagde] transport bv en namens [gedaagde] transport bv ben je bevoegd, klopt dat?
[gedaagde] :ja dat klopt
[eiseres] : want ik het moet vragen he, snap je. Helemaal goed
Als je het goed vind ga ik even kort de opname starten.
Je kan mij goed verstaan?
Mijn naam nogmaals is [persoon C] van [eiseres] uit Apeldoorn
Vanavond is het 21 november 2017 en hebben we afgesproken voor de plaatsing van een
1/8 pagina in de kersteditie van 2017, 2018 en 2019 voor € 295,00 per plaatsing, met het
eerste jaar de beer erbij voor je zusje en het tweede en derde jaar de oorkonde...
Dat klopt allemaal toch?
[gedaagde] : dat klopt
[eiseres] : nou voor dat het boek verschijnt krijg je per e-mail een aanleververzoek van
ons, mocht je nou niets insturen dan maken wij iets moois voor je open sturen we je
kosteloos een drukproef per mail
En we sturen het boek met de factuur, de nieuwsbrief en de beer en volgend jaar en het
jaar erna de oorkonde
Ter attentie van [gedaagde] en uw naam is de heer [persoon A] , zeg ik dat goed?
[gedaagde] : dat klopt
[eiseres] : en wat zijn uw voorletters?
[gedaagde] : a
[eiseres] : gewoon de A, ja okee
Ik heb staan dat u aan [adres] zit, klopt dat nog? [postcode] in [plaats] .
[gedaagde] : klopt”
2.2.
Per e-mail van 27 november 2017 heeft [eiseres] het volgende geschreven aan [gedaagde] :
In aansluiting op ons gesprek bevestigen wij hierbij de opdracht tot plaatsing van de
onderstaande deelname(-s). Uw opdracht is verwerkt onder nummer 56605 en hiermee
definitief. (…)
Plaatsingsmaand(en) Advertentieruimte Drukproef Prijs
Plaatsing : Kerst 11 2017 1/8 pagina 90 x 63 mm Ja € 295
Extra: 1 x Beer gratis
Plaatsing: Kerst 12018 1/8 pagina 90 x 63 mm Ja € 295
Extra: 1 x Oorkonde gratis
Plaatsing: Kerst 12019 1/8 pagina 90 x 63 mm Ja € 295
Extra: 1 x Oorkonde gratis
Genoemde prijzen zijn exclusief btw.”
2.3.
Op 12 december 2018 heeft [eiseres] een factuur ter hoogte van € 356,95 inclusief btw gestuurd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert samengevat:
  • [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 434,57 met handelsrente;
  • [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt gevorderd, bestaat uit de hoofdsom van € 356,95, handelsrente van € 23,88 (berekend tot 25 januari 2023) en buitengerechtelijke kosten van € 53,54.
3.2.
[eiseres] baseert haar vordering op het volgende. Tussen partijen is op 21 november 2017 via de telefoon een overeenkomst tot stand gekomen. De overeenkomst hield in dat [eiseres] drie keer (in 2017, 2018 en 2019) een advertentie van [gedaagde] zou plaatsen in de kersteditie van de puzzel- en kleurboeken die zij uitgeeft, tegen een prijs van € 356,95 inclusief btw per jaar. Dat bedrag heeft [eiseres] per factuur van 12 december 2018 in rekening gebracht bij [gedaagde] , maar [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. [eiseres] maakt daarnaast aanspraak op de wettelijke handelsrente. Op grond van artikel 6:96 lid 4 BW Pro is [gedaagde] ook incassokosten verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering en voert samengevat aan dat er geen rechtsgeldige overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.
3.4.
Op de overige stellingen van partijen gaat de kantonrechter, voor zover van belang, hierna in.

4.De beoordeling

Is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen?
4.1.
In geschil is of tijdens het telefoongesprek op 21 november 2017 een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Daarbij stelt de kantonrechter het volgende voorop. Een overeenkomst kan zowel schriftelijk als mondeling worden gesloten, tenzij de wet anders bepaalt. Er is geen specifieke wettelijke bepaling die vereist dat een overeenkomst zoals die in dit geding aan de orde is, schriftelijk moet worden vastgelegd of ondertekend. Het is dus voldoende dat partijen door middel van een mondelinge uitwisseling van verklaringen tot overeenstemming zijn gekomen.
4.2.
Uit de geluidsopname van het gesprek op 21 november 2017 en het transscript daarvan (zoals hiervoor geciteerd in 2.1) volgt - kort gezegd - dat overeenstemming is bereikt over een overeenkomst voor het plaatsen van advertenties in de kersteditie van de puzzel- en kleurboeken die [eiseres] uitgeeft in 2017, 2018 en 2019 voor € 295,- (exclusief btw) per jaar. [gedaagde] betwist dat die overeenkomst namens haar is aangegaan, omdat volgens haar het telefoongesprek niet is gevoerd met haar enige bestuurder, [persoon A] , maar met iemand die zich als hem heeft voorgedaan.
4.3.
Ter onderbouwing van haar stelling dat het telefoongesprek wel met [persoon A] is gevoerd, heeft [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling meerdere geluidsopnamen - waarvan de authenticiteit niet ter discussie staat - laten horen, onder andere een gedeelte van het ruim 13 minuten durende telefoongesprek op 21 november 2017. De kantonrechter is van oordeel dat de stem van [persoon A] , die zelf uitvoerig het woord heeft gevoerd tijdens de mondelinge behandeling, op die geluidsopname duidelijk herkenbaar is. Daar komt bij dat [persoon A] heeft bevestigd dat het persoonlijke en gedetailleerde verhaal dat in het gesprek wordt gedeeld over een gehandicapt zusje, overeenkomt met zijn eigen situatie. Gelet op het voorgaande heeft [eiseres] voldoende onderbouwd dat [persoon A] , die daartoe bevoegd was, de overeenkomst namens [gedaagde] is aangegaan.
4.4.
De conclusie is dan ook dat tussen partijen op 21 november 2017 rechtsgeldig de overeenkomst, zoals hiervoor in r.o. 4.2 omschreven, tot stand is gekomen. Uit hoofde van die overeenkomst is [gedaagde] het factuurbedrag van € 356,95 verschuldigd aan [eiseres] . De hoofdsom wijst de kantonrechter dan ook toe.
Rente en buitengerechtelijke incassokosten
4.5.
De handelsrente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
4.6.
De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Proceskosten
4.7.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres] tot vandaag vast op € 114,64 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 160,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 80,-). Dit is totaal € 402,64‬. Voor kosten die [eiseres] maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van € 40,- (1/2 punt x € 80,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 434,57 met de wettelijke handelsrente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 356,95 vanaf 25 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot vandaag worden vastgesteld op € 402,64;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
49039