ECLI:NL:RBROT:2023:7391
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking mastertitel MBA wegens onterechte verlening door niet-geaccrediteerde opleiding
Eiser volgde een MBA-programma bij de Open Universiteit en ontving in 2021 het diploma met de mastertitel MBA. In 2022 werd hem medegedeeld dat hij deze titel niet meer mag voeren omdat de opleiding niet geaccrediteerd was, wat strafbaar kan zijn. Eiser maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar verweerder verklaarde dat dit geen besluit was waartegen bezwaar mogelijk was, waarna eiser beroep instelde.
De rechtbank onderzocht of de mededeling als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kon worden beschouwd. Geconcludeerd werd dat verweerder aanvankelijk handelde vanuit een gepretendeerde bevoegdheid en daarmee een publiekrechtelijke rechtshandeling verrichtte. De mededeling dat de titel niet meer gevoerd mag worden, heeft rechtsgevolgen en is daarom een besluit tot intrekking van de mastergraad.
De rechtbank stelde vast dat de opleiding niet geaccrediteerd was en verweerder daardoor niet bevoegd was de mastertitel te verlenen. De intrekking is daarom gerechtvaardigd en blijft in stand. Het bezwaar had inhoudelijk behandeld moeten worden, waardoor het besluit tot vernietiging van het besluit van 22 november 2022 leidde en de rechtbank zelf oordeelde dat het bezwaar ongegrond is. Verweerder moet het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van de mastertitel MBA blijft in stand, ondanks dat het bezwaar onterecht niet is behandeld.