ECLI:NL:RBROT:2023:7442

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juli 2023
Publicatiedatum
22 augustus 2023
Zaaknummer
10255471 GZ VERZ 22-7979
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:444 BWArt. 1:362 BWArt. 1:445 lid 5 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking over mogelijke aansprakelijkheid voormalige bewindvoerder wegens slecht financieel bewind

Op 22 december 2022 verzocht de huidige bewindvoerder Stichting Centrale Administratie voor Voorzieningen op het Gebied van de Gezondheids- en Welzijnszorg te Zoetermeer om opheffing van het beperkte bewind over een letselschade-uitkering van betrokkene. De voormalige bewindvoerder was op 19 oktober 2020 ontslagen wegens het niet nakomen van zijn verplichtingen.

De huidige bewindvoerder meldde dat binnen een jaar meer dan €600.000 was besteed zonder machtiging, en dat er nog €175.000 resteerde. Tevens kon zij geen contact krijgen met de voormalige bewindvoerder en ontving zij onvoldoende medewerking van betrokkene. Daarom vroeg zij opheffing van het bewind.

De kantonrechter ziet aanleiding een nieuwe zitting te plannen op 25 juli 2023 om te bespreken of de voormalige bewindvoerder tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Hij wijst erop dat de bewindvoerder aansprakelijk kan worden gehouden voor schade als hij niet zorgvuldig heeft gehandeld, tenzij hem dat niet kan worden toegerekend. Indien de voormalige bewindvoerder niet verschijnt, zal de rechter de schade ambtshalve vaststellen en hem tot vergoeding veroordelen.

Uitkomst: De kantonrechter gelast een mondelinge behandeling en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 10255471 GZ VERZ 22-7979
registernummer: BM 34462
uitspraak: 17 juli 2023
beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, inzake opheffing meerderjarigenbewind
over de goederen van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres],
hierna te noemen betrokkene.

Verloop van de procedure

Op 22 december 2022 is ter griffie het verzoek ontvangen van de bewindvoerder Stichting Centrale Administratie voor Voorzieningen op het Gebied van de Gezondheids- en Welzijnszorg te Zoetermeer, om het bij beschikking door de kantonrechter te Rotterdam d.d. 17 december 2019 ingestelde beperkte bewind over letselschade uitkering van betrokkene op te heffen.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 april 2023. Partijen zijn zonder bericht van verhindering niet verschenen.

Beoordeling van het verzoek

Bij beschikking van 19 oktober 2020 is [naam] te [plaatsnaam] ontslagen, omdat hij niet aan zijn verplichtingen als bewindvoerder voldeed. Voorts is Stichting Centrale Administratie voor Voorzieningen op het Gebied van de Gezondheids- en Welzijnszorg te Zoetermeer tot bewindvoerder benoemd. Daarnaast is bepaald dat de huidige bewindvoerder uiterlijk op 19 februari 2021 een plan inzake het beheer van de letselschade uitkering diende in te leveren.
In de brief van 7 juni 2021 heeft de huidige bewindvoerder het volgende vermeld:

In 1 jaar tijd is er meer dan € 600.000,00 opgemaakt. Er resteert nu nog een saldo van
€ 175.000,00. [betrokkene] is een tweetal bedrijven gestart’
Vervolgens heeft de huidige bewindvoerder bij brief van 15 december 2022 laten weten dat zij niet in contact kan komen met de voormalige bewindvoerder en dat zij haar taken niet naar behoren kan uitvoeren, omdat betrokkene onvoldoende medewerking verleent. Tot slot heeft de bewindvoerder verzocht om het bewind op te heffen.
De kantonrechter ziet in een en ander aanleiding om opnieuw een zitting te gelasten, die op korte termijn zal worden gehouden, te weten op
dinsdag 25 juli 2023 te 14.15 uur. Ter zitting zal onder andere worden besproken:
  • het verdwijnen van ruim € 600.000,- in een periode van slechts één jaar, waarin [naam] als bewindvoerder optrad;
  • het niet afleggen van de eind rekening en verantwoording door de voormalige bewindvoerder [naam];
  • het opheffingsverzoek van de huidige bewindvoerder vanwege gebrek aan medewerking door betrokkene en de voormalige bewindvoerder [naam].
Ter voorkoming van misverstanden wijst de kantonrechter de voormalige bewindvoerder
[naam] nu reeds op het volgende.
De bewindvoerder is aansprakelijk voor de schade jegens betrokkene, als de bewindvoerder heeft gehandeld in strijdt met hetgeen van een zorgvuldig handelende bewindvoerder verwacht mag worden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerend (artikel 1:444 BW Pro). Ter zitting zal onder meer aan de orde komen de vraag of de voormalige bewindvoerder is tekortgeschoten in de zorg die van een goed bewindvoerder ten aanzien van het (financiële) bewind mag worden verwacht. Op grond van artikel 1:362 BW Pro, dat ingevolge artikel 1:445 lid 5 BW Pro van overeenkomstige toepassing is bij bewind, kan de kantonrechter ambtshalve de schade vaststellen, die betrokkene door slecht bewind van de voormalige bewindvoerder heeft geleden en de voormalige bewindvoerder tot vergoeding daarvan veroordelen.
De kantonrechter stelt de voormalige bewindvoerder [naam] nog eenmaal in de gelegenheid om ter zitting bij de kantonrechter opheldering te verschaffen over het door hem gevoerde bewind. Indien de voormalige bewindvoerder niet verschijnt, dan zal de kantonrechter ambtshalve in goede justitie de geleden schade moeten schatten op basis van de bekende informatie en zal de voormalige bewindvoerder [naam] worden veroordeeld tot vergoeding daarvan. De kantonrechter vertrouwt erop dat de voormalige bewindvoerder het niet zover zal laten komen. Behoudens in bijzondere omstandigheden zal geen uitstel van de zitting worden gegeven.

Beslissing

De kantonrechter:
gelast een mondelinge behandeling te houden op
dinsdag 25 juli 2023 te 14.15 uur, waarbij betrokkene, de voormalige bewindvoerder [naam] en de huidige bewindvoerder worden opgeroepen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
799