ECLI:NL:RBROT:2023:7474
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering op grond van artikel 5:120 lid 3 BW en afwijzing betalingseis
Eiseres vorderde onder meer op grond van artikel 5:120 lid 3 BW Pro dat gedaagden gebonden zouden zijn aan het Modelreglement 1983. Deze vordering was subsidiair en kon pas worden beoordeeld nadat de primaire vorderingen waren afgewezen. De primaire vorderingen zijn door de handelskamer afgewezen, waardoor de subsidiaire vordering aan de orde kwam.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering op grond van artikel 5:120 lid 3 BW Pro ten onrechte was ingeleid via dagvaarding in plaats van een verzoekschrift. Hoewel dit niet automatisch tot niet-ontvankelijkheid leidt, was eiseres niet gemachtigd als appartementseigenaar op te treden, noch was een volmacht daartoe gesteld of gebleken. Daarom werd eiseres niet-ontvankelijk verklaard in deze vordering.
Daarnaast werd de betalingseis van € 13.311,44 afgewezen, conform een eerder vonnis. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van alle gedaagden, vastgesteld op € 792,00 per gedaagde tot aan de uitspraak, met een extra bedrag voor kosten na de uitspraak. De wettelijke rente over de proceskosten aan de zijde van gedaagde 3 werd eveneens toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering op grond van artikel 5:120 lid 3 BW en de betalingseis wordt afgewezen; zij wordt veroordeeld in de proceskosten.