Tussen Zilveren Kruis en [gedaagde] bestond een zorgverzekeringsovereenkomst waarbij [gedaagde] betalingsachterstanden had opgelopen voor zorgpremies en zorgkostennota’s. Zilveren Kruis vorderde betaling van de openstaande premie, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. In een eerder verstekvonnis werd deze vordering toegewezen.
[gedaagde] verzette zich tegen het verstekvonnis en voerde aan dat de betalingsachterstand mede veroorzaakt was door persoonlijke omstandigheden en schuldhulpverlening via de Kredietbank Rotterdam, die niet alle achterstanden had afgelost. Tevens betwistte hij de hoogte van de vordering, de rente en de incassokosten, en stelde dat hij niet was aangemaand.
De kantonrechter oordeelde dat [gedaagde] onvoldoende bewijs had geleverd voor betaling van de achterstand en dat het enkele feit dat schuldhulpverlening was ingeschakeld niet betekent dat hij niet zelf verantwoordelijk was voor betaling. De gevorderde wettelijke rente werd toegewezen, maar de buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat Zilveren Kruis niet had bewezen dat de aanmaning van 16 september 2022 was ontvangen door [gedaagde]. Het verstekvonnis werd gedeeltelijk vernietigd en voor het overige bekrachtigd. [gedaagde] werd veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.