Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 augustus 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres], uit [plaatsnaam 1], eiseres
de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Inspectiebevindingen verkoopwagen op het festival:
Bevindingen bij de verkoopwagen op het festival:
Presentatie schappenplan KIOSK sigaretten en shag
Beoordeling door de rechtbank
[naam bedrijf 1] en [naam bedrijf 6], meer specifiek de artikelen 1, 3.1 en 3.2 van de respectievelijke overeenkomsten waarin onder meer is bepaald dat de zichtbaarheid van het assortiment van eiseres voldoende moet zijn gegarandeerd. Of de door eiseres betaalde vergoedingen voor het mogen exploiteren van de kiosken - afgezet tegen de vergoedingen die andere ondernemers of andere tabaksfabrikanten betalen aan de organisatoren van soortgelijke festivals - al dan niet marktconform zijn, is niet relevant voor het antwoord op de vraag of sprake is van sponsoring in de zin van de Trw. Daarvoor is bepalend of de betaalde vergoeding in redelijke verhouding staat tot de redelijkerwijs te verwachten verkoopopbrengst. Verder zijn ondernemers die andersoortige producten verkopen dan tabaksproducten niet gebonden aan het sponsoringsverbod van de Trw en is de vergoeding die andere tabaksfabrikanten betalen wellicht vergelijkbaar maar is ook dan de redelijkerwijs te verwachten verkoopopbrengst bepalend om te beoordelen wat het kennelijke doel van de betaling van die vergoeding is.
Niet is gebleken dat de betaling van eiseres tot doel dan wel rechtstreeks of niet-rechtstreeks gevolg had het geven van bekendheid of het aanprijzen van een tabaksproduct.Derhalve kan niet worden vastgesteld dat eiseres het sponsoringsverbod heeft overtreden.”
In dit geval rekent de staatssecretaris de door [naam bedrijf 7] gepleegde overtreding in het kader van recidive aan eiseres toe. Eiseres is niet de rechtsopvolger van [naam bedrijf 7] en heeft ook niet in een gezagsverhouding tot die vennootschap gestaan. De omstandigheden die zijn genoemd in de door de staatssecretaris genoemde uitspraak van het CBb van 12 mei 2015 zijn in dit geval dan ook niet aan de orde en ook de criteria die de Afdeling in de uitspraak van 31 mei 2023 uiteen heeft gezet missen in dit geval relevantie. Het enkele feit dat eiseres en [naam bedrijf 7] zustervennootschappen zijn, is onvoldoende om een overtreding van laatstgenoemde vennootschap aan eiseres toe te rekenen.
Conclusie en gevolgen
ROT 21/4553 ten onrechte verhogingen vanwege recidive zijn toegepast en in beide zaken de redelijke termijn van artikel 6, eerste lid, van het EVRM is overschreden. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten, maar alleen wat betreft de hoogte van de boetes.