ECLI:NL:RBROT:2023:7559
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging UWV-besluit beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres werkte als verzorgende en meldde zich in 2015 ziek. Het UWV kende haar een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Na een herbeoordeling door het UWV stelde zij dat eiseres per 12 oktober 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 29 maart 2021. Eiseres was het hier niet mee eens en voerde aan dat zij meer beperkingen had, met name psychische, die onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige die een uitgebreid onderzoek deed, waarbij alle medische informatie werd betrokken. De deskundige concludeerde dat eiseres op de datum in geding leed aan een autismespectrumstoornis, persisterende depressieve stoornis en een psychotrauma-gerelateerde stoornis, met aanzienlijke beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren. Werk zou leiden tot verstoring van de fragiele mentale balans en gezondheidsrisico's.
Het UWV stelde dat het deskundigenrapport een motiveringsgebrek bevatte en dat er geen sprake was van geen benutbare mogelijkheden. De rechtbank volgde dit niet en vond het rapport zorgvuldig en overtuigend gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat het UWV-besluit ondeugdelijk was en vernietigde het. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de bevindingen van de deskundige, inclusief een beoordeling van de duurzaamheid van de beperkingen.
De rechtbank wees tevens proceskosten toe aan eiseres en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman op 18 augustus 2023.
Uitkomst: Het UWV-besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.