De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil tussen gescheiden ouders over de schoolkeuze en medische behandeling van hun minderjarige dochter met genderdysforie. De vrouw verzocht om vervangende toestemming voor inschrijving van de dochter op een andere basisschool, terwijl de man verweer voerde en zelf vervangende toestemming vroeg voor medische behandeling bij een hulpverleningsinstantie.
De rechtbank overwoog dat de problemen van de minderjarige op haar huidige school, zoals eenzaamheid, gebrek aan aansluiting met de leerkracht en aandacht voor haar genderdysforie, niet worden opgelost door een schoolwissel. De rechtbank benadrukte dat psychologische begeleiding bij een deskundige meer passend is. Beide ouders stemden in met het starten van hulpverlening, hoewel er wachtlijsten zijn.
Daarnaast werd een voorlopige zorgregeling getroffen en een traject 'Ouderschap in Overleg' met de Raad voor de Kinderbescherming ingezet om de communicatie en zorgregeling tussen ouders te verbeteren. De verzoeken tot ondertoezichtstelling werden ingetrokken en afgewezen. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en stelde de behandeling van de definitieve zorgregeling uit tot na het advies van de Raad.