Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2023 in de zaken tussen
[naam eiseres], te [plaatsnaam], eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, verweerder,
Procesverloop
(ROT 22/5545).
(ROT 22/5162);
Overwegingen
II1988/89, 21221, nr. 3, p. 153).
Ik stond stil met mijn auto, maar ik heb niet geparkeerd”. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eiseres ten onrechte niet aangemerkt als feitelijk bestuurder. De strekking van het bezwaar van eiseres is immers dat zij bestuurder van de auto was. Verweerder had moeten uitgaan van de juistheid van de stelling van eiseres. Omdat eiseres krachtens een eigen recht bezwaar mocht maken tegen de naheffingsaanslagen, heeft verweerder de bezwaren van eiseres ten onrechte wegens het ontbreken van een machtiging niet-ontvankelijk verklaard. De beroepsgrond slaagt.
[H]oor mij”. Verweerder heeft dit ten onrechte niet aangemerkt als een verzoek om te worden gehoord. De beroepsgrond slaagt wat betreft het bestreden besluit II.