ECLI:NL:RBROT:2023:7745
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar parkeerbelasting en inhoudelijke afwijzing beroep
Verweerder legde eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting op van €68,30 vanwege parkeren zonder betaling. Het bezwaar van eiser werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard, maar de rechtbank oordeelde dat dit onterecht was omdat het bezwaarschrift wel degelijk gronden bevatte.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en behandelde de zaak inhoudelijk. Eiser stelde dat er sprake was van laden en lossen, waardoor geen parkeerbelasting verschuldigd zou zijn. De rechtbank stelde vast dat volgens de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen 2022 onder parkeren wordt verstaan het stilstaan van een voertuig anders dan voor onmiddellijk laden of lossen.
Uit foto’s bleek dat het voertuig geparkeerd stond met gesloten portieren en zonder personen in de nabijheid, zodat niet was voldaan aan de definitie van onmiddellijk laden en lossen. De naheffing was daarom terecht opgelegd. Ook het beroep dat de parkeerbelasting in strijd zou zijn met het legaliteitsbeginsel werd verworpen vanwege het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring, maar wees het bezwaar inhoudelijk af. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten aan eiser, inclusief wettelijke rente over de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard, maar de niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.