Leyten Vastgoedbeleggingen eist betaling van een huurachterstand van €94.246,47, ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de maandelijkse huur vanaf 1 september 2023, inclusief contractuele boete en proceskosten. De huurovereenkomst, aangegaan in 2017, is aangegaan voor tien jaar en betreft een bedrijfsruimte. Gedaagden zijn tekortgeschoten in hun verplichtingen, waaronder het niet betalen van huur sinds augustus 2022 en het zonder toestemming voortzetten van de exploitatie door een eenmanszaak na ontbinding van de vof.
Gedaagden betwisten de hoogte van de huurachterstand en voeren aan dat lekkages de exploitatie hebben belemmerd, maar erkennen dat eventuele schade op de vorige verhuurder verhaald moet worden. De rechtbank oordeelt dat de feiten duidelijk zijn, de betalingsachterstand ernstig, en dat het spoedeisend belang van Leyten groot is vanwege het risico op faillissement en doorlopende lasten zonder inkomsten.
De rechtbank wijst de vorderingen toe, stelt de termijn voor ontruiming op veertien dagen na betekening, en veroordeelt gedaagden tot betaling van de huur, boete, incassokosten en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.