Bij beschikking van 10 december 2021 bepaalde de kantonrechter dat een bedrag van €5.066,01 uit de nalatenschap van de overledene op een BEM-rekening van de minderjarige moest worden gestort. Ondanks meerdere herinneringen heeft de moeder dit niet gedaan.
De vader verzocht de kantonrechter om een uitspraak waarmee hij een deurwaarder kon inschakelen om het bedrag te incasseren. Tijdens de mondelinge behandeling op 1 mei 2023 bleek dat de moeder weliswaar een bedrag op een rekening van de minderjarige had staan, maar dit was geen BEM-rekening. De moeder gaf aan de beschikking pas laat te hebben ontvangen en maakte bezwaar, maar de beroepstermijn was inmiddels verstreken.
De kantonrechter oordeelde dat de moeder geen legitieme redenen had om het bedrag niet op de BEM-rekening te storten en gaf haar een laatste termijn tot 5 mei 2023. Omdat zij niet voldeed, werd zij veroordeeld om het bedrag alsnog binnen vijf dagen over te maken. Proceskosten werden gecompenseerd gezien de aard van de procedure.