ECLI:NL:RBROT:2023:7849
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voornemen tot ambtshalve benoeming bewindvoerder voor beheer PGB minderjarige zoon
De rechtbank Rotterdam behandelt een zaak waarin de bewindvoerder van een meerderjarige betrokkene verantwoording aflegt over het beheer van diens vermogen, inclusief kosten voor het beheren van het persoonsgebonden budget (PGB) van diens minderjarige zoon.
De kantonrechter wees een verzoek tot beloning voor het beheren van het PGB af, omdat het meerderjarigenbewind zich beperkt tot het vermogen van de betrokkene zelf en niet het PGB van de minderjarige omvat. De bewindvoerder stelt dat het beheer van het PGB onder zijn taken valt vanwege de onmogelijkheid van de onder bewind gestelde ouder om dit te beheren.
De rechtbank oordeelt dat het ouderlijk gezag en het beheer van het vermogen van minderjarigen primair bij de ouders ligt, ook als deze onder bewind staan, tenzij sprake is van curatele of geestelijke stoornis. Gezien de situatie dat de moeder niet in staat is het PGB te beheren, overweegt de rechtbank ambtshalve een aparte bewindvoerder voor het PGB te benoemen.
De rechtbank bepaalt een mondelinge behandeling om de situatie nader te bespreken en de visie van de betrokkene en bewindvoerder te horen, alsmede om financiële belemmeringen voor benoeming te onderzoeken.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt een mondelinge behandeling en overweegt ambtshalve een bewindvoerder te benoemen voor het beheer van het PGB van de minderjarige zoon.